Dat we volgzame schapen zijn, kun je in de hersenen zien. Als ons oordeel afwijkt van het gangbare, rinkelen bovenin de alarmbellen.
Onze neiging om in het gareel te lopen, zit diep in het brein gekerfd. Nederlandse hersenwetenschappers tonen in het vakblad Neuron aan dat de hersenen een ’foutsignaal’ afgeven als we een afwijkend standpunt innemen. Daarnaast worden gebieden die ons een tevreden gevoel bezorgen dan juist onderdrukt.
Zelfs een onschuldig minderheidsstandpunt staat ons niet aan. Dat bleek bij proefpersonen die een cijfer (1 tot 8) moesten geven voor de aantrekkelijkheid van gezichten.
Hoorden ze daarna dat het oordeel van de rest veel positiever of negatiever uitviel, dan vertelden hun hersenscans dat ze er boven mee worstelden. Als de onderzoekers hen de gelegenheid gaven om opnieuw te oordelen, zogenaamd omdat er bij het turven van hun mening iets was misgegaan, dan schoven de meesten alsnog op in de richting van de meerderheid.
We zijn notoire volgelingen, leerden vele experimenten uit de sociale psychologie. Illustratief is de proef van Solomon Asch uit 1951: mensen moesten zeggen welke van drie lijnstukken even lang was als een voorbeeldlijn. Eén was hetzelfde, de andere twee beduidend korter of langer.
Een simpele keuze, maar zes van de zeven proefpersonen waren handlangers van Asch die expres de verkeerde kozen, tot verbazing van de echte proefpersoon. Gek genoeg bleek driekwart van de mensen bereid om de eigen ogen te verloochenen, om de (dwalende) meerderheid te volgen.
Nadien bevestigden tal van experimenten dat een eenzaam standpunt voor ons vaak ondraaglijk is. We volgen elkaar tot in het beschamende, wat onder meer leidde tot afschuwelijke slachtingen onder kinderen en vrouwen van volgzame militairen in Vietnam. Maar evolutiepsychologen betogen dat zo’n meegaande, conformistische houding tegelijkertijd logisch is, omdat de meute in barre omstandigheden vroeger dikwijls wel een veilige koers aanhield.
Je richten naar de sociale norm zit er dus ingehamerd. De neurologen, uit Nijmegen en Rotterdam, vermoedden dat dat conformisme cerebraal op dezelfde manier wordt gereguleerd als wat psychologen het reinforcement leren noemen: leren door middel van beloning (als je het goed doet) en straf (als je faalt). Specifieke hersengebieden signaleren of we tijdens dat leren aan de verwachtingen voldoen of juist niet.
Datzelfde mechanisme sprak uit hersenscans van de mensen bij het beoordelen van de gezichten. Kwam het cijfer van de proefpersoon in de buurt van de rest, dan reageerde het beloningsgebied in de hersenen heftig ’Goed zo’. Maar zat hij er ver naast, dan zweeg dat gebied en riep de andere kern ’Foute boel’. Dat gebeurde uiterst snel en automatisch.
En als ze de kans kregen, sloten proefpersonen zich gauw vanuit het eenzame standpunt aan bij het meerderheidsoordeel. Met instemming van het beloningsgebied in het brein.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.