Of hij sprinter wilde worden, vroeg schaatstrainer Jac Orie hem een paar jaar geleden. Simon Kuipers hoefde niet lang na te denken. „Dat was het mooiste dat ooit tegen me gezegd is.”
Als kind keek Simon Kuipers (26) vol bewondering naar Jan Bos en Erben Wennemars, jonge sprinters die onder leiding van de flamboyante Amerikaanse trainer Peter Mueller naam maakten in Nederland. Jarenlang stelden de korte schaatsdisciplines niet veel voor – tot het jeugdige tweetal Bos en Wennemars brak met die traditie. „Als kind wilde ik daar bij horen. Prachtig vond ik het. Dat was echt een gave ploeg”, zegt Kuipers.
Dat hij zelf inmiddels net zo’n icoon aan het worden is, in een ploeg die volledig kiest voor de korte afstanden, had Kuipers niet gedacht. Bij DSB staat snelheid en kracht centraal en zorgen de uitgebalanceerde trainingsschema’s van Jac Orie ervoor dat de ploeg – en dan toch zeker in eigen land – op dit moment vrijwel onverslaanbaar is. In agressief rood gehuld zijn de schaatsers wellicht zelfs net zulke idolen als Wennemars en Bos in vroeger jaren. Kuipers: „Misschien is dat wel zo. Ja, ik denk dat ik als kind best bij DSB had willen horen.”
„We zijn echt een team en ik denk dat we dat ook uitstralen. Van de acht Nederlandse sprinters die dit weekeinde actief zijn op het WK in Moskou zijn er zes van DSB. Dat zegt wel wat. Ik was tijdens het NK niet helemaal fit en dan vind ik het geweldig dat een andere schaatser van ons team nationaal kampioen wordt. Natuurlijk is het leuker om zelf te winnen, maar als dat een keer niet zo is, staat er iemand anders van de ploeg klaar om het over te nemen. Ik denk dat we dat samen hebben bereikt. Bij ons is het echt zo dat als je durft te geven, je daar ook iets voor terug krijgt. Al is dat misschien een cliché.”
Dat groepsproces werd afgelopen zomer door de komst van Stefan Groothuis voorzien van een nieuwe impuls. De sprinter werd overgenomen uit de failliete boedel van de Telfort-ploeg en ontpopte zich binnen DSB tot een schaatser van formaat. De trainingen van Orie bleken bijzonder goed aan te slaan. Kuipers: „Ik heb zijn komst niet ervaren als inspiratie. Wel als motivatie. Ik doe niet voor hem onder. Als hij iets kan, wil ik het ook kunnen. Dat is ook het fijne van ons team. We wisselen elkaar af en maken elkaar op die manier sterker.”
Door zijn goede prestaties is Groothuis inmiddels gebombardeerd tot één van de kanshebbers voor een podiumplaats in Moskou. Wellicht enigszins overdreven, want in een fictief klassement van de beste 500 en 1000 meter van dit seizoen staat ’Bokito’ op de zesde plaats. Toch zou Kuipers er niet van opkijken als hij of Groothuis in de Russische hoofdstad gaan meedoen om een podiumplaats. „Vorig jaar was ik vierde, dus als ik beter wil zijn moet ik op het podium komen. Dat is mogelijk, ook voor Stefan. Zoals ik al eerder zei: we doen niet voor elkaar onder.”
Als Kuipers over de sprint praat fonkelen zijn staalblauwe ogen. In de traditie van het Nederlandse schaatsen werd hij ooit opgeleid tot allrounder, maar bij een eerste kennismaking met Orie werd duidelijk dat hij een andere route zou gaan volgen: „Hij vond het verstandig om me te laten sprinten. Nou, dat is het mooiste dat ooit tegen me is gezegd. Ik hou van de snelheid, ben een echte freak wat dat betreft. Zo hard mogelijk door een bocht gaan is het mooiste wat er is.”
Kuipers kende een goed voorseizoen, waaraan hij een beschermde status voor het Nederlands kampioenschap sprint overhield. Die status had hij uiteindelijk nodig, want door een fikse griep was hij tijdens het NK niet in goede doen. Hij eindigde op het toernooi als vijfde, achter Groothuis, Wennemars, Tuitert en Bos. „Ik voel dat ik iedere dag beter word. Zo’n antibioticakuur hakt er flink in. Maar ik denk dat ik tijdens het WK goed zal zijn; de onvoorspelbaarheid is wel uit mijn schaatsen. De grote dalen van een paar jaar geleden behoren tot het verleden. Een podiumplaats in Moskou? Ik ben er klaar voor.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.