Al bijna een jaar spreken enkele Israëliërs uit de omgeving van de Gazastrook telefonisch met hun Palestijnse buren. De rakettenregens en de oorlog brengen daar geen verandering in. Toch zijn een paar leden inmiddels afgehaakt.
Het is tien over tien ’s avonds als de Israëlische Eric Yellin eindelijk contact krijgt met de Gazastrook. De lijn is slecht en in de stem aan de andere kant klinkt uitputting en frustratie door. „Ik schuil hier met tien mensen in mijn eigen huis”, zegt S. „Horen jullie dat geluid? Israëlisch artillerievuur!”
Een krakerig geknal resoneert via de luidspreker van de mobiele telefoon door de kamer. En vrijwel direct daarop trillen ook in het huis in kibboets Sa’ad, aan de rand van de Gazastrook, de ramen in de sponningen en klinkt een doffe dreun. Vanuit een nabijgelegen legerpost wordt in het donker van de nacht een niet te identificeren Palestijnse plek gebombardeerd.
Zeven mensen zitten rond de telefoon gegroepeerd. Allen wonen in het gebied rond om de Gazastrook dat al jaren van daaruit met kassamraketten wordt bestookt. Maar terwijl hun buren of stadsgenoten de Palestijnen aan de andere kant veelal vervloeken om de projectielenregens, bellen deze Israëliërs nu al bijna een jaar elke week met Gazaanse vrienden aan gene zijde van de grens. „In Israël wordt de andere kant gedemoniseerd”, zegt Yellin, oprichter van de actiegroep ’De Andere Stem’. „Maar het zijn gewone mensen – ook Hamas.”
Het eerste contact dat tot stand kwam was een psycholoog in Gaza-stad. Via hem kwamen steeds meer nummers en e-mailadressen, zodat er inmiddels twintig Palestijnen op de telefoonlijst staan. Omdat de voertaal Engels is, handelt het vooral om intellectuelen en studenten.
In het begin waren de gesprekken voornamelijk op gezelligheid gebaseerd. Er werd verteld over de kinderen, over de markt, over wat er op het menu voor het avondeten stond. Maar sinds eind december de Gazaoorlog uitbrak, is de toon veranderd. Hoewel de communicatie tussen de vrienden onderling vriendelijk blijft, wordt van Palestijnse kant nu bij tijd en wijle flink gevloekt op de Israëlische regering en het leger. Toch heeft vooralsnog niemand in de Gazastrook de verbinding met Israël verbroken.
„We voelen ons verantwoordelijk voor de situatie”, legt veteraanlid Naftali Raz de redenen achter het initiatief uit. „Wij kozen deze regering en wij dienen in dit leger.”
En buiten dat, zegt hij, moet ook aan de toekomst worden gedacht. Palestijnen en Israëliërs zijn als buren tot elkaar veroordeeld. Dan kun je de ander maar beter kennen en vrienden zijn. „Ook onze kleinkinderen moeten nog met elkaar leven”, stelt Raz.
De Gaza-oorlog heeft echter binnen de groep voor problemen gezorgd. Van de vijftien tot twintig actieve leden komt een drietal inmiddels niet meer naar de ontmoetingen. Ze vinden de militaire operaties gerechtvaardigd en achten dit niet de tijd om contacten met Palestijnen in de strook te onderhouden.
De meeste anderen vinden dat de oorlog na de derde dag van het luchtoffensief had moeten stoppen. „Al acht jaar leven we hier met de raketten vanuit de Gazastrook”, zegt Raz. „Er moest wat gebeuren. Maar hoe langer de oorlog voort woedt, des te erger het wordt. Genoeg is genoeg.”
Via Erics mobiele telefoon beschrijft S. ondertussen de puinhopen en de lijken, soms zonder hoofd, soms zonder handen, soms volledig verbrand. „Zo veel verhalen”, zegt hij. „Maar ik kan niet garanderen dat ik nog zal leven om ze na te vertellen. Er zijn geen veilige plekken in de Gazastrook.”
Met een krakend geluid valt de lijn daarop dood.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.