Essent en Nuon laten zich gewillig inlijven door buitenlandse energiebedrijven. De politiek vreest voor het Nederlands belang. Terecht?
De twee grootste Nederlandse energiebedrijven worden verkocht. Het lijkt een kwestie van tijd voordat ook de derde van ’de grote drie’, Eneco, hun voorbeeld volgt.
Groter is veilig
Door zich te laten opslokken door een grote buitenlandse branchegenoot, denken Essent en Nuon de energiezekerheid in Nederland veilig te stellen. Zij gaan ervan uit dat Europese megaconcerns als RWE, Gaz de France, Eon en EdF door hun omvang op termijn zo voordelig kunnen leveren, dat kleine partijen uit de markt worden geprijsd. In de Europese energiesector wordt flink geconsolideerd, mede als gevolg van het vrijemarktprincipe dat de Europese Unie predikt.
Maar kleine nutsbedrijven zijn tot nu toe rendabel en voelen geen dodelijke concurrentie. En door zich te verkopen, kan Essent geen definitieve beslissingen over gas- en stroomlevering meer nemen. Wetende dat RWE een sociaal operende onderneming is, lijkt dit geen punt. Maar in een onzekere Europese energiemarkt – kijk naar het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne – blijft het een zeker risico om zeggenschap uit handen te geven.
Groter is goedkoper
Wat gebeurt er met de stroomprijzen? Dat is nog allesbehalve helder. Topman van Essent, Michiel Boersma, kan een daling, noch een stijging van consumentenprijzen garanderen. Theoretisch ligt een dalende prijs voor de hand. Essent kan als onderdeel van een groter concern voordeliger grondstoffen inkopen. Maar RWE maakt kosten voor de overname van Essent en zal die willen terugverdienen. Bovendien, in een energiemarkt met minder spelers en dus minder concurrentie, dalen prijzen ook minder.
Groter is schoner
De eerste kritiek op de aangekondigde verkoop van Essent aan RWE richtte zich op het viezige imago van het Duitse concern. RWE haalt bijna al zijn energie uit de fossiele brandstoffen kolen en gas. Het flinke aandeel kernenergie maakt RWE er niet populairder op. Het beeld ontstaat dat het schone Essent, met 30 procent groene energie in zijn pakket, bevlekt wordt door zijn koper. RWE zou Essent deels inlijven om zijn eigen energiemix te vergroenen. Of Essent na een overname vasthoudt aan zijn milieuwaarden, moet blijken. Schaalvergroting via RWE maakt het voor Essent wel makkelijker om bijvoorbeeld windparken te bouwen door kosten en kennis te delen.
Groter is noodzaak
Kamerfracties, van links tot rechts, trekken aan de noodrem, om ’uitverkoop van de Nederlandse energiesector’ te voorkomen. Dat is opvallend, want Den Haag heeft de zogeheten Splitsingswet, die de opkoop van Essent en Nuon in de hand werkt, wel erg gemakkelijk aangenomen, tegen de wil van energiebedrijven.
Die wet, opgelegd door Europa, verplicht energieconcerns om zich op te delen in een netbedrijf en een productie- en leveringtak. Netbedrijven blijven van de overheid, het energiebedrijf wordt een kleine zelfstandige partij, wat de noodzaak tot fusie vergroot. Essent en Nuon zijn bezig de splitsing door te voeren. Andere landen maken geen haast en Duitsland en Frankrijk houden hun grote bedrijven zelfs eigenwijs in stand. Toen samensmelting van Nuon en Essent vorig jaar strandde, werden ze een aantrekkelijke prooi voor niet-gesplitste buitenlandse energiebedrijven. Minister Van der Hoeven (economische zaken) kan formeel niets meer tegenhouden. Dat provincies en gemeenten – de grootaandeelhouders – nog voor het bod van RWE (9,3 miljard euro) bedanken, is onwaarschijnlijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.