Moeders hebben altijd gelijk. Ook nu weer. Je moet goed slapen, roepen ze steevast, anders word je ziek. En jawel, Amerikaanse wetenschappers voorzien dit bakerpraatje nu van een officieel bewijs: mensen die weinig slapen, worden sneller verkouden.
Algemeen werd al aangenomen dat slaapgebrek de weerstand tegen koutjes vermindert. Maar direct bewijs bestond nauwelijks. Een enkele onderzoeker had ooit wel aan snotteraars gevraagd of ze beroerd sliepen. Maar zieke mensen zijn sowieso geneigd om vragen over mogelijke verklaringen voor hun leed met ’ja’ te beantwoorden. Enquêtes bij mensen die iets onder de leden hebben, leveren dus meestal een gekleurd beeld op.
De Amerikanen wilden die valkuil vermijden. Daarom vroegen ze naar de nachtrust van 153 gezonde proefpersonen. Twee weken lang belden ze de mensen op, schrijven ze deze week in het blad Archives of Internal Medicine. Ze noteerden hoe lang mensen in bed hadden gelegen en hoe lang ze echt hadden geslapen.
Na twee weken besmetten ze de proefpersonen met een zogeheten rhinovirus, verantwoordelijk voor veel gesnotter. Dankzij neusdruppels met een enorm hoge dosis virus raakte 88 procent van de deelnemers besmet. Zij gingen zelf virus uitscheiden, zo bleek uit de volgenieste zakdoekjes die ze moesten inleveren.
Toch kreeg maar 40 procent verkoudheidsklachten. De malaise trof vooral korte slapers. Personen die minder dan zeven uur per nacht haalden, werden bijna drie keer zo vaak ziek als mensen die aan acht uur kwamen.
Bij een nadere analyse bleek de boosdoener echter niet een korte, als wel een inefficiënte nachtrust. Het kwetsbaarst bleken namelijk mensen die lang wakker lagen. Wie van de in bed doorgebrachte tijd minder dan 92 procent sliep, was 5,5 keer zo vatbaar als iemand die 98 procent of meer van de tijd onder zeil was.
Moeten we nu efficiënter gaan slapen om onszelf tegen infecties te beschermen? Nee. „Je kunt de resultaten niet zomaar naar de praktijk vertalen”, zegt Peterhans van den Broek, hoogleraar infectieziekten in het Leids Universitair Medisch Centrum. „Om te beginnen is er een hoge concentratie virus gebruikt die je in het dagelijks leven nooit tegenkomt. Verder weet ik van mezelf niet precies hoe efficiënt ik slaap; hoe wisten die proefpersonen dat dan wel?”
Ondanks die kanttekeningen acht de hoogleraar het aannemelijk dat slaapgebrek de vatbaarheid vergroot. Zoals een kwart eeuw geleden ook is aangetoond dat stress, depressies en psychische trauma’s de ziektekans verhogen. „Maar hoe groot de invloed van slaap exact is, blijft onduidelijk. Het lijkt me in elk geval wat overdreven om je slaapgewoonten vanwege het infectiegevaar aan te passen.”
Ook Jim van Steenbergen, arts-epidemioloog bij het Rijksinstituut voor Milieu en Volksgezondheid, vraagt zich af hoe goed de studie aansluit bij de dagelijkse realiteit, al vindt hij het prima werk. „Mensen die goed slapen hebben daar kennelijk profijt van. Jammer is alleen dat je daar zelf weinig invloed op hebt.” Verder vindt hij de uitkomst wat verdrietig voor moeders. „Het belangrijkste is namelijk niet of je lang in bed doorbrengt, maar of je nog een tijd ligt te woelen. Dat is toch een dolksteek voor alle moeders die roepen: ’En nu naar bed!’”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.