Het lopende operaseizoen van de Brusselse Munt gaat van hoogtepunt naar hoogtepunt. Na zeer geslaagde producties van ’Pelléas et Mélisande’, ’Rusalka’ en ’Death in Venice’, presenteerde De Munt dinsdagavond Ligeti’s absurdistische ’Le grand macabre’ (1996) in een groots gemonteerde enscenering van het Catalaanse theatercollectief La Fura dels Baus. Dat maakte een lugubere klucht van deze anti-anti-opera.
Ligeti baseerde zijn bizarre opera over dood, seks en macht op ’La balade du Grand Macabre’ van de Vlaamse schrijver Michel de Ghelderode. Het ’verhaal’ speelt zich af in het Bruegelland van koning Go-Go waar een zwarte en witte minister elkaar met onzin bestoken en waar ’de dood’ in de persoon van Nekrotzar (tsaar Necro) verderf komt zaaien.
Het Bruegelland is een gigantische rubensiaanse vrouw, die in een onmogelijke houding groots op de bühne ligt en van wie de openingen naar believen als in- en uitgangen gebruikt worden. Tijdens de claxon-ouverture zien we een filmpje van een zwaar depressieve vrouw, hamburgers wegschrokkend, wier close-up precies stolt op het grote hoofd van dit immense decorstuk.
Met driedimensionale beelden wordt die enorme massa op het toneel steeds wisselend ’aangekleed’. Duizenden kronkelende naakte lichaampjes lijken op lijkmaden, een skelet wordt in het draaiende gevaarte geprojecteerd en blijft perfect op de plaats. Het zijn wondertjes van techniek waarbij de mond openvalt. Deze Gea, moedergodin en aarde, braakt Nekrotzar uit. Haar ledematen en derrière kunnen open, en binnenin haar darmensysteem huist onder anderen Gepopo, chef van de geheime dienst. Maar Gea blijft na al dat maltraiteren fier overeind. De dood van de aarde, die Nekrotzar aankondigt, blijft nog even uit. ’Ooit komt hij, maar niet vandaag. En als hij komt, dan is ’t zover. Leef zolang in vrolijkheid.’
Dat is de moraal na anderhalf uur geniale onzin. De regisseurs geven Ligeti’s prozaïsche slotwending een extra draai, door opnieuw op het voordoek een gefilmde close-up te tonen van de vrouw aan het begin. Ze trekt grimassen, maar plots ontspant haar gezicht. Er verschijnt een glimlach en ze trekt het toilet door. Verlost van alle shit!
Het is een hilarisch slot aan een opera waarin Ligeti met al zijn compositorische vaardig- en gekkigheden voor muzikale obstipatie zorgt. Dirigent Leo Hussain bracht geweldig lucht en vaart in de partituur en het orkest van De Munt speelde als een gespecialiseerd hedendaags ensemble.
De opera werd gezongen in het Engels; Ligeti liet de uitvoerenden daarin vrij. Chris Merritt steelt de show als een fantastisch krijsende Piet the Pot. Werner van Mechelen speelt en zingt een opvallende Nekrotzar en de Canadees/Nederlandse Barbara Hannigan triomfeerde in haar schier onzingbare paraderol van Gepopo. Ook in de andere rollen is met groot inzicht gecast.
Geweldig dat ’Le grand macabre’ tot het repertoire lijkt te gaan horen. Deze co-productie met Londen, Barcelona en Rome is niet het laatste woord over deze opera, maar wel een heel krachtig statement.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.