opinie Gaat de geschiedenis zich herhalen en moeten we wel zo blij zijn met Obama, dacht ik toen ik over de protectionistische clausules las in zijn 825 miljard dollar grote steunpakket. Obama’s plan behelst buy American clausules zoals de eis dat alle wegenbouwkundige constructies van Amerikaans staal en met Amerikaanse middelen gebouwd moeten worden. De Europese ambassadeur in Washington, John Bruton, waarschuwde de ministers Hillary Clinton (buitenlandse zaken) en Timothy Geithner (financiën) dat Europa dit nieuwe protectionisme niet wil. Maar vice-president Biden vond dat enig Amerikaans protectionisme te rechtvaardigen was.
Door dit protectionisme doet de huidige financiële crisis steeds meer denken aan de Great Depression die met de val van de aandelenmarkten in 1929 werd ingezet. De Amerikanen reageerden in 1930 ondermeer met de Smoot-Hawley Tariff Act. Deze eiste tarieven op geïmporteerde goederen en droeg bij tot ineenstorting van de handel tussen Europa en Amerika. 1028 economen tekenden uit protest een petitie tegen de wet. Het mocht niet baten. De wet kwam er toch en leidde tot soortgelijke maatregelen in andere landen. Het gevolg was dat de wereldhandel van 1929 tot 1933 met 66 procent kelderde.
Protectionisme is een verklaarbare politieke reactie om een ineenstortende nationale economie te redden. Maar economen beschouwen het als een regelrechte ramp. Dat was in de jaren dertig van de vorige eeuw niet veel anders dan nu.
De voortekenen zijn nu ronduit slecht. De Doha-ronde die in 2001 begon om tot meer vrijhandel in de wereld te komen is niet uit het slop te trekken en ondanks de waarschuwingen van Europese leiders als de Britse premier Brown en de Duitse bondskanselier Merkel pleiten ook in verschillende Europese landen vooral populisten voor een politiek van eigen economie eerst.
Frankrijk viel in zekere zin uit de toon toen president Sarkozy medio vorig jaar al voorstelde een staatsfonds van 400 miljard euro in het leven te roepen. In oktober stelde hij in het Europese Parlement een dergelijk fonds voor Europa voor. Het doel was bedrijven te kunnen kopen om ze buitenlandse, lees Chinese, overnames te besparen.
Volgens economen zijn de aanhangers van protectionisme kortzichtig en begrijpen zij niet dat vrijhandel de basis van onze welvaart is. Sommigen leggen zelfs een verband tussen protectionisme en oorlog. Inderdaad zijn er aanwijzingen dat wederzijdse handelsafhankelijkheid bijdraagt aan verminderde oorlogsdreiging. Door handel ontstaan gedeelde belangen, waartegen de kosten van oorlog niet opwegen. Dat was precies het argument dat de Russische premier Poetin tijdens het World Economic Forum in Davos maakte. Terwijl door de economische crisis protectionisme in Amerika de kop opsteekt, stak de Poetin in Davos juist de hand naar het Westen uit, terwijl de relaties door de kwesties Georgië en Gasprom door een diep dal waren gegaan. Maar in Davos sprak hij van wederzijdse belangen en wederzijdse afhankelijkheden. „We kunnen ons niet veroorloven isolationistisch of economisch egoïstisch te zijn”, hield hij zijn gehoor voor.
Logisch. De Russische economie is door de lage olieprijs ingestort, de begroting stevent dit jaar af op een tekort van 100 miljard dollar, de nationale reserves – tot voor kort 600 miljard dollar – zijn gehalveerd en de werkloosheid is met anderhalf tot acht en een half miljoen gestegen. De eerste opstanden zijn uitgebroken en Poetin zit voor het eerst in de lift naar beneden. Hij heeft zijn toon ten opzichte van het Westen gematigd en lijkt bereid af te zien van de plaatsing van raketten als reactie op Polen en Tsjechië om onderdelen van het Amerikaanse rakettenschild te plaatsen. Paradoxaler kan het niet: Obama verwijdert zich van Europa, terwijl Poetin juist toenadering zoekt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.