*

 

Irakdebat was overwinning voor de hele Kamer

Lex Oomkes, chef politieke redactie − 06/02/09, 15:48

Verschillen van mening, felle debatten en verrassende ontwikkelingen. Het debat over de Nederlandse steun aan de inval in Irak had alles wat een Kamerdebat in zich moet hebben. Alleen vergat de oppositie de belangrijke concessie die Balkenende deed te incasseren.

Het debat deze week over een onderzoek naar het hoe en waarom van de Nederlandse politieke steun voor de Amerikaanse en Britse inval in Irak was een toonbeeld van hoe een Kamerdebat moet zijn. Forse verschillen van mening, die helder over het voetlicht werden gebracht, felle debatten en verrassende ontwikkelingen.

Een mooi debat met een heldere uitkomst. Met, achteraf, maar één onbeantwoorde vraag: wat heeft premier Balkenende al die jaren nu precies bewogen zich te verzetten tegen een onderzoek?

De PvdA wordt door veel waarnemers aangewezen als de winnaar van het debat en dat is in zekere zin ook zo. De partij kwam maandag al zonder kleerscheuren af van de heilloze afspraak in het regeerakkoord om in deze kabinetsperiode geen onderzoek te doen. En tijdens het debat bleek Balkenende zijn verzet tegen een eventuele parlementaire enquête ook opgegeven te hebben. Mocht het onderzoek van de commissie-Davids voor de Kamer niet alle bevredigende antwoorden opleveren, kan de Kamer alsnog een enquête houden.

Dat is enigszins vergelijkbaar met de gang van zaken rond het onderzoek naar de val van Screbrenica. Ook toen was er eerst een onderzoek door buitenstaanders, in dat geval het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, gevolgd door een enquête onder leiding van het toenmalige D66-Kamerlid Bert Bakker.

Wat onderbelicht bleef, is dat het debat eigenlijk een overwinning opleverde voor de Kamer als geheel. Dat komt wellicht wat vreemd over. Er komt immers eerst het door Balkenende voorgestelde onafhankelijke onderzoek. De Kamer staat in de tussentijd buitenspel. Maar dat laat onverlet dat het parlement weer volledig over bevoegdheden kan beschikken en, zo is het zich laat aanzien, ook zal beschikken.

Een premier kan enige tijd een Kamer zijn wil opleggen, maar uiteindelijk is dat een strijd die hij verliest. Een Kamer die persisteert, al zijn het minderheden, kan uiteindelijk veel. Dat is de belangrijke les uit het Irak-debat. Vooral de Socialistische Partij en GroenLinks verdienen in dit geval alle eer. Deze twee fracties gaven nooit op. Later, toen de partij weer tot de oppositie werd veroordeeld, kwam daar D66 bij.

Hun streven werd in niet geringe mate gesteund door niet versagende journalisten, die bleven zoeken. Zo heeft de berichtgeving in NRC Handelsblad over verzet van juristen van het ministerie van buitenlandse zaken en van RTL over een ambtelijk voorbereid aanbod aan de Amerikanen van steun van een Nederlands fregat de afgelopen weken sterk bijgedragen aan het verzwakken van de positie van Balkenende.

Dat de oppositie deze constatering in het debat niet incasseerde is eigenlijk opzienbarend. Partijen, die al jaren aandringen op een onderzoek, bleven na alle toezeggingen van Balkenende maar vragen om een parlementaire enquête zonder onderzoek door de commissie-Davids. Sterker, SP-fractievoorzitter Agnes Kant, leek niet eens door te hebben welke belangrijke politieke concessie Balkenende deed, toen hij erkende dat het de Kamer na het onderzoek uiteraard vrij staat een enquête te beginnen. Kant bleef, struikelend over haar verontwaardiging, zelfs op dat moment maar interrumperen. Na zo’n debat zou iets meer zelfbewustzijn de Kamer niet misstaan.

mailIcon print |