DEN HAAG (ANP) - Als een officier van justitie besluit om een strafbaar feit niet te vervolgen, kan iedere belanghebbende daarover een klacht indienen bij het gerechtshof. Ook als de officier besluit de vervolging niet voort te zetten is het mogelijk daarover beklag te doen. Deze klachtenprocedure is geregeld in art.12 Wetboek van Strafvordering.
Een 'rechtstreeks belanghebbende' waarover de wet spreekt, is iemand die door de beslissing om niet (verder) te vervolgen persoonlijk wordt benadeeld. De wet noemt ook expliciet rechtspersonen, zoals ondernemingen, stichtingen en verenigingen, die rechtstreeks belanghebbende kunnen zijn. Dat is het geval als zij beroepshalve of gezien hun doelstelling een belang behartigen dat door de beslissing rechtstreeks wordt getroffen. Ook een rechtspersoon kan dan zijn beklag doen.
De belanghebbende moet het beklag vervolgens schriftelijk indienen bij een gerechtshof dat bevoegd is. Dat is in de meeste gevallen het gerechtshof binnen het rechtsgebied waar de beslissing om iemand niet te vervolgen is genomen. Alleen als de beslissing tot niet-vervolging is genomen door de officier van justitie bij het landelijk parket, is het gerechtshof in Den Haag de aangewezen instantie.
Kans van slagen
Het gerechtshof onderzoekt daarna of vervolging alsnog een kans van slagen heeft. Daarbij geeft het hof een voorlopig oordeel over de bewijsbaarheid en strafbaarheid. Ook als een zaak niet kansrijk is, kan het gerechtshof het wenselijk vinden dat een zaak toch voor de rechter komt. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als het openbaar belang in het geding is.
Tegen de beslissing van het hof (een beschikking) is geen cassatie mogelijk. De wettelijk vastgelegde beklagprocedure geeft burgers de enige mogelijkheid nog enige invloed uit te oefenen op een vervolgingsbeslissing van het Openbaar Ministerie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.