*

 

Ali al-Sistani

Door: redactie − 20/01/09, 16:45

Ali al-Sistani (1930) werd geboren in Iran en stamt uit een geslacht van vooraanstaande sjiitische geestelijken. Hij studeerde vanaf 1949 in de heilige stad Qom in Iran, en vertrok pas in 1951 naar Irak. Daar maakte hij in de heilige sjiitische stad Najaf carrière als ayatollah – in 1992 werd hij grootayatollah.

Na de moord op grootayatollah Mohammed al-Sadr, vader van Moktada al-Sadr, in 1999, bleef Sistani over als de meest vooraanstaande sjiitische geestelijke in Irak. Onder Saddam moest hij wel zijn moskee sluiten (in 1994) , en stond hij onder huisarrest.

Na de Amerikaanse inval in Irak, ontpopte Sistani zich als een gematigd leider, die op de achtergrond een belangrijke politieke rol speelt. Zo dwong hij bij de Amerikanen grote concessies af tijdens de transitie van interimregering naar gekozen regering, concessies die de sjiitische meerderheid ten goede kwamen. Anderzijds vormde zijn fatwa, die de Irakezen (en expliciet vrouwen) voorschreef te gaan stemmen, een belangrijke reden voor de goede opkomst onder sjiieten en het slagen van die verkiezingen.

Ook riep Sistani zijn achterban consequent op om soennitisch geweld niet te wreken, en zorgde hij dat er een wapenstilstand kwam toen de militie van de jonge geestelijke Moktada al-Sadr in de heilige stad Nadjaf vocht tegen de Amerikanen. Sistani was destijds (in 2004) in Londen vanwege een probleem aan zijn hart. Sadr is overigens de voornaamste tegenstander van Sistani, wiens politieke volgelingen de grootste sjiitische partij vormen.

mailIcon print |