De grootschalige privatiseringen in de voormalige Sovjet-Unie en Oost-Europa hebben vermoedelijk een miljoen extra doden veroorzaakt onder werkende mannen. Dat concluderen Britse wetenschappers in een artikel dat vandaag in het medische tijdschrift The Lancet is gepubliceerd.
De onderzoekers vergeleken de sterftecijfers vóór de privatiseringen, die begonnen in 1989, met de cijfers gedurende de periode 1989-2002. De belangrijkste directe oorzaak van de toegenomen sterfte is de groei in werkloosheid. Doordat medische zorg in sovjetstaten vaak gegeven werd op de werkplek, zorgde verlies van banen ook voor verlies van zorg. De toenemende stress door het verlies van inkomen en zekerheid werd mede daardoor niet opgevangen.
De Britse wetenschappers zeggen dat de sterfte in de voormalige sovjetstaten al hoog was, onder meer door matige gezondheidsvoorzieningen, overmatig drank- en tabakgebruik en slecht voedsel. Door in hun statistische modellen rekening te houden met dit soort variabelen en met zaken als mate van democratisering en de aanwezigheid van gewelddadige conflicten, konden ze de effecten van de privatisering isoleren.
Er zijn wel opvallende verschillen tussen de landen. Zo deden Rusland, Kazachstan, Letland, Litouwen en Estland het relatief slecht, terwijl Albanië, Kroatië, Tsjechië, Polen en Slovenië het beter deden. Dat kwam vooral door het verschil in tempo van privatisering. Hoe sneller de transitie van de economie plaatsvond, vooral tussen 1992 en 1994, hoe groter de kans op massawerkeloosheid en toenemende sterfte. In 2004 was nog slechts de helft van alle voormalige sovjetstaten teruggekeerd op het oude sterfteniveau of deed het inmiddels beter dan voor 1989.
Een betere sociale cohesie in een land kon de nadelen van de privatiseringen opvangen, net als grootschalige buitenlandse investering. Als werkende mannen buiten hun baan een goed netwerk hadden – zoals betrokkenheid bij een kerk of lidmaatschap van een vakbond – dan was de kans kleiner dat de privatisering en de werkloosheid hun sterfte veroorzaakte. Dat gold bijvoorbeeld voor Tsjechië, dat wel voor de snelste vorm van privatisering koos.
De les die uit het onderzoek moet worden getrokken is volgens de onderzoekers uit Cambridge en Londen dat er bij radicale veranderingen in macro-economisch beleid de gevolgen voor de gezondheid van de bevolking moeten worden meegenomen. Want in economisch opzicht is op langere termijn het eindresultaat na snelle privatisering niet beter. „Landen die langzamer zijn geprivatiseerd hebben een kapitalistisch eindpunt bereikt, maar zonder dezelfde hoeveelheid sociale kosten te ervaren gedurende het proces”, concluderen de onderzoekers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.