*

 

Brevet van onvermogen voor clubleiding

Henk Hoijtink − 15/01/09, 00:00

Het ontslag van trainer Verbeek bij Feyenoord onderstreept het falende personeelsbeleid van de clubleiding. Technisch directeur Bosz trok de gepaste consequentie door op te stappen.

Met het ontslag van trainer Gertjan Verbeek, en niet in de laatste plaats met het tijdstip daarvan, heeft de clubleiding van Feyenoord bovenal zichzelf een brevet van onvermogen opgespeld. Gisteravond werd in schimmige omstandigheden, die tekenend mochten heten voor het treurspel van de eerste competitiehelft in De Kuip, dan toch een einde gemaakt aan een feitelijk van meet af aan heilloze samenwerking.

Verbeek werden een gebrekkige verhouding met de spelers en natuurlijk, al dan niet in het verlengde daarvan, de ondermaatse prestaties (twaalfde met 32 verliespunten) verweten. Geluiden over een verwijdering tussen spelers en trainer waren er al langer in Rotterdam-Zuid, maar daarbij vielen kanttekeningen te plaatsen. Zo konden ze worden gerelativeerd met de theorie dat de deels belegen spelersgroep van Feyenoord in oppervlakkige onvrede vluchtte, niet berekend mogelijk op de veeleisende methoden van Verbeek, die zich een naam als nieuwlichter had verworven.

Met de drastische ingreep van de clubleiding valt nu moeilijk te rijmen dat de selectie nog maar enkele dagen geleden mét Verbeek naar een trainingskamp in Turkije werd gestuurd. Zelfs tijdens de nieuwjaarsreceptie van Feyenoord, dinsdag, was door directeur Eric Gudde nog rust gepredikt. Een dag later werd die zeepbel doorgeprikt, volgens de platgetreden zeden van de voetbalwereld. Verzet van spelers, hoe doorzichtig en hol vaak ook, wordt zelden of nooit weerstaan – en dat het nu ook bij Feyenoord weer niet is gebeurd mag vooral gezien de weinig overtuigende uitstraling van de clubleiding, in woord en gebaar, uiteindelijk geen verbazing wekken.

Technisch directeur Peter Bosz trok de gepaste consequentie door, met de onzichtbaar gebleven assistent Wim Jansen, op te stappen. Vooral Bosz kan worden aangesproken op de aanstelling van Verbeek, vóór dit seizoen. Toen al had het er de schijn van dat daarmee twee onverenigbare partijen bijeen werden gebracht. Verbeek had de subtopper Heerenveen in de jaren voordien aangezet tot verdienstelijk spel, als een innovatieve coach op onder meer het terrein van kracht- en mentale training. Het mag veelzeggend heten dat hij door in Friesland ontloken talenten als Huntelaar en Sulejmani wordt geprezen en onlangs roemde ook oud-international Van Nistelrooij de fanatieke sferen bij Heerenveen, waarin Verbeek (indertijd als assistent) is gevormd.

De beoogde dragende spelers van Feyenoord verkeren daarentegen in een andere fase van hun carrière dan voornoemd trio, dat zich bereid toonde in zichzelf te investeren. Feyenoord had vorig seizoen tal van (bijna-)dertigers aangetrokken, als Makaay, Van Bronckhorst, Hofland, Landzaat en De Cler. Met hun ingetogenheid hebben ze Feyenoord niet verder kunnen brengen. Onder de orthodoxe leiding van Verbeeks voorganger Van Marwijk hadden ze in de eerste maanden van 2008 al een ernstig verval in de competitie vertoond. Door hun karakterstructuur leken ze daarna de vurigheid te missen om zich aan de verlangens van Verbeek te (willen) onderwerpen.

Verbeek kan een op het oog provinciale fout worden aangerekend. Hij liep aanvankelijk al te zeer te koop met zijn vernieuwingen, en dat verminderde gaandeweg zijn geloofwaardigheid bij uitblijvende resultaten. Daaraan droeg ook het grote aantal blessures binnen de selectie bij. Het is hachelijk om in dat opzicht verbanden te leggen, maar aan op z’n minst de suggestie van de combinatie van een geringere belastbaarheid van de oudere Feyenoorders met Verbeeks aanpak viel niet te ontkomen.

Verbeek is nu de mogelijkheid ontnomen om – hoe moeilijk dat ook zou zijn geweest – te tonen dat hij Feyenoord een nieuwe toekomst zou kunnen bieden, mét de jeugdspelers die zich tijdens zijn kortstondige bewind veelbelovend hebben ontwikkeld. Verbeek kon (ook) in zijn Feyenoord-tijd hoe dan ook worden gekenschetst als een vasthoudende trainer, die trouw bleef aan zichzelf. De clubleiding daarentegen gaf vóór haar uiteenvallen ten overvloede blijk van een gebrek aan visie dat eerder tot uiting was gekomen in een falend personeelsbeleid: eerst in het aantrekken van weinig krachtdadige spelers, daarna in het contracteren van een daarbij niet passende trainer.

mailIcon print |