In de Loonse en Drunense duinen startte gisteren een ambitieus project om het stuifzand te beschermen tegen het oprukkende bos.
Het zweet dampt van het Belgisch trekpaard dat een flinke boomstronk voortsleept. „Hoo!”, roept de vijftiger die de knol begeleidt, als het beest de verkeerde kant op wil gaan. Natuurbeheer van de oude stempel. „Dit stukje vinden we zo belangrijk, dat we er absoluut geen machines willen hebben”, zegt boswachter Lex Querelle.
De Loonse en Drunense Duinen zijn volgens Natuurmonumenten het grootste stuifzand van Europa. Het gebied in Midden-Brabant gaat de komende zes jaar op de schop voor het grootste stuifzandherstelplan van Europa. Van de 1400 hectare stuifzand uit 1850 is nu namelijk nog maar 270 hectare over. Zo ging het ook met het stuifzand in de rest van Nederland. „Stuifzand was woeste grond, daar had je niks aan. Dus plantte de mens massaal dennen aan. Die brachten geld op”, legt Querelle uit.
Maar die ingreep was eeuwig zonde. Het stuifzand is namelijk een mini-Sahara, met temperatuurverschillen van wel 50 graden tussen dag en nacht. In de woestenij komt zeldzaam leven voor dat zich daaraan heeft aangepast: de levend barende hagedis, de nachtzwaluw en het rendiermos. Het korhoen en de duinpieper zijn al verdwenen.
Daarom binden natuurbeschermers in heel Nederland, enigszins paradoxaal, de strijd aan met het oprukkend bos. In de Loonse en Drunense duinen kapt Natuurmonumenten 190 hectare. Binnen zes jaar moet 110 hectare weer onderstuiven. Of dat lukt, is niet helemaal zeker. „Je bent er altijd van afhankelijk hoe de wind waait”, lacht Querelle. Het project kost 1,8 miljoen. Dat geld komt voor de helft van de Europese Unie. De andere helft betalen Natuurmonumenten, de provincie Brabant en het Rijk.
Querelle loopt tegen een helling in de bossen omhoog naar de rand van de duinen. Aan de andere kant ligt een vallei van zand, met hier en daar wat plukjes bomen. De jonge naaldbomen worden door vrijwilligers regelmatig weggehaald. Oude eikenbomen mogen blijven staan. Ze steken meestal alleen met hun kruin boven het zand uit, als een kronkelige bos haar. Ondergronds zit soms nog tien meter boom. Vaak zijn ze ziek, maar dat is prima. „Daar houdt de Eikenpage van”, zegt Querelle. Hij wijst naar een onooglijk stompje van twee meter hoog. „Dit is een van de meest waardevolle bomen in dit gebied. Die kan goed 150 jaar oud zijn. Hij zit vol met insecten die zo zeldzaam zijn, dat ze alleen een Latijnse naam hebben.”
Pas sinds kort weten natuurbeschermers genoeg over het delicate stuifzandlandschap om een groot project als dit uit te voeren. Natuurmonumenten houdt de effecten in de Loonse en Drunense Duinen goed in de gaten voor toepassing elders.
De bomenkap roept volgens de organisatie weinig verzet op. „We hebben voorlichtingsavonden gehouden voor omwonenden”, zegt woordvoerder Robert Moens. „Mensen kennen dit gebied goed, en maken zich er vooral zorgen over of ’hun’ favoriete stukje bos of zelfs ’hun’ boom gaat verdwijnen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.