Regering en oppositie in Letland tuimelen over elkaar heen, na een ernstig uit de hand gelopen demonstratie tegen de regering.
Het begon gisteren als een vreedzame demonstratie, de grootste sinds Letlands onafhankelijkheid in 1991. Zo’n 10.000 betogers eisten ontbinding van het parlement, en nieuwe verkiezingen. Maar ’s avonds togen enige honderden jongeren naar het parlement en regeringsgebouwen, en gooiden er de ramen in.
Oproerpolitie dreef hen met traangas en wapenstok terug. De relschoppers keerden politievoertuigen om en staken deze in brand, sloegen ruiten in, en plunderden een drankenwinkel en een tabakszaak. Meer dan veertig mensen, onder wie 14 politieagenten, zijn gewond geraakt; ruim honderd mensen, volgens de politie vaak dronken jongeren, werden vastgezet.
Volgens de oppositie had het ministerie van binnenlandse zaken niet genoeg politie op de been gebracht om de rellen in de kiem te smoren. De organisatoren distantiƫren zich van het geweld, maar voeren aan dat uit de volkswoede blijkt dat de regering het veld moet ruimen. Maar regeringspartijen verwijten de oppositie juist dat ze had opgeroepen tot de demonstratie.
Letland, lang de sterkst groeiende economie van Oost-Europa, is zeer zwaar getroffen door de kredietcrisis, meer dan de buren Estland en Litouwen. De ellende begon vorig jaar, toen Scandinavische banken, die grote investeringen hadden lopen, kopschuw werden en hun kredieten terugschroefden. Een Letse bank stortte in, en moest worden genationaliseerd, wat een enorme hap uit de nationale reserve kostte.
De regering heeft dit jaar minimaal een begrotingstekort van 5 procent van het bnp – ver boven de EU-norm; toetreding tot de euro is ver uit zicht geraakt. Vorige maand heeft Letland 7,5 miljard euro geleend (op een bevolking van 2,3 miljoen) bij het IMF en de Europese Unie.
In ruil moest fors bezuinigd worden. Zo zullen ambtenaren 15 procent loon moeten inleveren. Btw en enkele andere belastingen gaan omhoog. Die maatregelen werden in hoog tempo en zonder discussie door het parlement gejast – nota bene wel met instemming van de oppositie.
Niet alleen relschoppers plaatsen vraagtekens bij de kwaliteit van het landsbestuur. De regering van premier Ivars Godmanis, een coalitie van vier partijen, dreigt te bezwijken aan verdeeldheid en politieke druk. In 2007 dwong algemene onvrede de toenmalige premier Aigars Kalvitis tot opstappen, maar de coalitie bleef gehandhaafd. Toen kende het land nog een economische groei van 10 procent; dit jaar wordt een krimp van 5 procent verwacht.
President Valdis Zatlers heeft laten doorschemeren dat hij nieuwe verkiezingen niet op voorhand afwijst. „De regering en het parlement hebben hun band met de kiezers verloren”, zei hij gisterochtend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.