Het spoeddebat dat de Tweede Kamer gisteren met minister van economische zaken Van der Hoeven voerde over de overname van Essent door het Duitse RWE kon niet meer zijn dan een achterhoedegevecht.
Regering en parlement hebben eerder, op voorspraak van de Europese Unie, de beslissingsmacht over de energievoorziening uit handen gegeven aan de vrije markt. Dat betekent dat de nationale overheid de verkoop van het energiebedrijf niet kan tegenhouden, als ze dat zou willen. Die beslissing is, zoals de minister droogjes constateerde, aan de aandeelhouders, vier provincies en groot aantal gemeenten, die aan de verkoop ongeveer acht miljard euro overhouden.
Blokkeren kan dus niet; hooguit valt op basis van Nederlandse of Europese mededingingsregels de overname te vertragen, maar wat er nu gebeurt is de consequentie van een besluit dat bij vol bewustzijn is genomen. Van der Hoeven gaf de Kamer aan dat zij in theorie de verkoop kan tegenhouden vanwege het algemeen belang, maar ze voegde eraan toe dat daarvoor geen gronden aanwezig zijn. Die teerling is, anders gezegd, reeds geworpen.
De politieke vraag of het vitale publieke belang van een adequate en betaalbare energielevering zeker is gesteld, hangt daarmee thans in de lucht. In de afgelopen jaren overheerste in het politieke debat de optimistische veronderstelling dat de vrije marktwerking in het voordeel van de consumenten zou uitpakken. Na de crisis in de bancaire sector is er gegronde reden tot twijfel. Marktwerking kan voor de consument voordelig zijn als er echt sprake is van vrije concurrentie. De overnames van Essent en naar verwachting straks ook Nuon laten evenwel zien dat enkele energiereuzen in Europa bezig zijn de markt onderling te verdelen. Voor dat gevaar werd vijf jaar terug al vanuit het bedrijfsleven gewaarschuwd, maar het werd door Van der Hoevens voorganger Brinkhorst weggewuifd met het argument dat we Europees moesten denken - wat in dit geval wilde zeggen conform het vrijemarktdenken.
Het kon wel eens zijn dat we straks met de gebakken peren zitten. De overheden houden weliswaar de energienetwerken in handen, maar zij verliezen vrijwel alle invloed op de levering en productie. Daar staan voor de betrokken provincies en gemeenten enige miljarden euro's tegenover, maar die wegen niet op tegen het lange-termijnbelang van een betrouwbare energielevering. Nu op de vrije markt is ingezet, moet Europa ook zorgen voor een echt vrije concurrentie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.