Nederland heeft de modernisering van zijn arbeidsmarkt verwaarloosd. Een inhaalslag is nodig, zegt hoogleraar Ton Wilthagen.
Om brokken te voorkomen zullen werknemers én werkgevers in deze crisistijd een inhaalslag moeten maken, meent hoogleraar Ton Wilthagen. De Europees onderzoeker, verbonden aan de Universiteit van Tilburg, constateert dat Nederland achterloopt bij sommige andere landen in Noordwest-Europa.
Zo is te veel tijd opgegaan aan ’de ongelukkige discussie over het ontslagrecht’. Het creëren van meer werkzekerheid voor mensen die hun baan kwijtraken, werd daarmee uit het oog verloren. „Nu moeten we halsoverkop alsnog een infrastructuur opzetten om de klappen op te vangen.”
Wilthagen betreurt het dat initiatieven voor werktijdverkorting en overtollige werknemers naar een andere baan begeleiden voorheen vastliepen in de politiek. „Zorg je voor een goede opvang van werknemers, dat ze zich kunnen scholen en makkelijker kunnen overstappen naar een ander bedrijf, waar wel werk is, dan levert dat ook wat op.”
Wilthagen onderschrijft de aanbevelingen die de Wetenschappelijk Raad – deze week – deed voor het Regeringsbeleid, na een studie over de gevolgen van massaontslagen. „Overbruggingsmaatregelen bieden bedrijven flexibiliteit en kansen om productieve werknemers te behouden. Voor werknemers wordt de stap naar ander werk veiliger.”
De tijd benutten voor scholing is volgens Wilthagen essentieel. Dat geldt ook voor de flex- en uitzendkrachten die door bedrijven nu als eersten op straat worden gezet. De hoogleraar wijst op een maatregel in Portugal waar werkgevers ’als een soort compensatie’ de plicht hebben tijdelijke medewerkers extra te scholen, zodat ze makkelijker elders weer aan de slag komen.
Werkgevers zien graag meer flexibiliteit onder werknemers en willen dat ze hun eigen loopbaan ter hand nemen. Werkgeversorganisatie AWVN, betrokken bij het leeuwendeel van de cao-onderhandelingen, spreekt over de ’ondernemende werknemer’. Maar Wilthagen, vandaag spreker op het arbeidsvoorwaardencongres van de AWVN, hamert erop dat werkgevers hun verantwoordelijkheid in deze modernisering niet mogen ontlopen. „Er moet sprake zijn van wederkerig risicomanagement, elkaar helpen productief te zijn en de risico’s op te vangen. Werkgevers kunnen die niet eenzijdig bij werknemers leggen. Ze moeten investeren in hun personeel en helpen keuzes te maken.”
Hij illustreert dat aan de hand van een onderzoek bij Air France-KLM, dat wilde weten waarom een deel van het personeel nauwelijks de keuzemogelijkheden, onder meer voor verlof, in de cao gebruikte. „Medewerkers met lagere inkomens en een beperkte opleiding gaven aan zoveel mogelijk te willen werken om hun inkomen op peil te houden. Nederland wil het niet graag horen, maar ook hier wordt de tweedeling, de kloof tussen hoger en lager opgeleiden, groter. Werkgevers kunnen zich niet alleen richten op selecte groepen die zich zelfstandig prima redden op de arbeidsmarkt. Juist voor de anderen moeten ze oog hebben en met deze crisis is die verantwoordelijkheid nog groter.”
De arbeidsverhoudingen zijn aan het veranderen en daarmee werkorganisaties en het belang van cao’s, signaleert Wilthagen. Werkgevers, werknemers en overheid kunnen zich daar volgens hem beter op voorbereiden. Steeds minder mensen zijn in loondienst, constateert hij, wijzend op het groeiende aantal zelfstandigen zonder personeel. Dat fenomeen zal toenemen als blijkt dat deze zzp’ers de crisis goed doorstaan. „Nu al zie je ze in steeds meer sectoren, zoals verpleegkundigen die zich als zelfstandige vestigen. De groep wordt te groot om te negeren, in de toekomst misschien een derde van de beroepsbevolking. Het brengt een eigen dynamiek, en het vraagstuk of we toe moeten naar een ander collectief systeem. Bijvoorbeeld een nationaal pensioenfonds, waarbij zelfstandigen, die nu vaak geen pensioen opbouwen, zich kunnen aansluiten. Of een WW-regeling zoals in Oostenrijk met een opt-in voor zelfstandigen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.