*

 

Provincies willen geen curatele

Maartje Smeets − 15/01/09, 00:00

De verkoop van de energiebedrijven Essent en Nuon kan gemeentes en provincies veel geld opleveren. Maar wat moeten zij met al dat geld?

Wat te doen met 2,3 miljard euro’s op de bankrekening? Voor die vraag staat de gemeente Noord-Brabant, mocht Essent worden overgenomen door het Duitse RWE. Acht provincies en bijna 170 gemeentes krijgen er na de overnames van de energiebedrijven Nuon en Essent vele nullen bij op hun rekeningafschrift.

Haagse politici vrezen dat lokale en provinciale bestuurders het geld over de balk zullen smijten. Verschillende politieke partijen, van VVD tot SP, pleiten daarom voor een korting op de Rijksbijdrage aan provincies. Zo kan de centrale overheid een deel van het Essentgeld ’afromen’ van de lagere bestuurslagen.

Voorzitter Jan Franssen van het Interprovinciaal Overlegorgaan (IPO) stoort zich aan de uitspraken van Tweede Kamerleden over de manier waarop provincies en gemeentes om zouden gaan met het geld. Gemeenten en provincies hebben geïnvesteerd in de productie en levering van energie, zegt hij. Daarmee hebben ze meegewerkt aan het beleid van het Rijk. „Zestig procent van de opbrengst is te beschouwen als compensatie voor het verlies aan dividend voor de provincies in de toekomst. Wij zijn bereid met het Rijk te overleggen over de resterende 40 procent. Dat is vruchtbaarder dan nu al te spreken over het afromen van de financiën van de provincies.”

De provincies hebben volgens hem genoeg aandachtsgebieden waarvoor zij de Essent- en Nuon-euro’s willen inzetten. Niet alleen infrastructuur, maar ook waterhuishouding, gebiedsinrichting, de ecologische hoofdstructuur, windenergie en verstedelijkingsopgaven vergen volgens Franssen veel investeringen van provincies.

Volgens hoofd gemeentelijke financiën Ton Jacobs van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) dreigt het beeld te ontstaan dat gemeentes en provincies de energiebedrijven in de uitverkoop doen om snel een financieel slaatje te slaan. „De energiemarkt is ingewikkeld en complex, waardoor gemeentes expertise in huis moeten hebben. Maar door de constructie van de energiebedrijven hebben ze nauwelijks invloed op de energieprijs of de beloning voor bestuurders. Dat is een van de redenen waarom het wijs is de bedrijven te verkopen.” Jacobs vindt het wenselijk dat dit ’tafelzilver’ duurzaam wordt geïnvesteerd en niet in subsidies wordt gestoken.

Corine Hoeben, onderzoekster aan het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen, begrijpt het oplaaiende (Haagse) wantrouwen ten opzichte van gemeentes en provincies niet. „Als je het geld door de centrale overheid in Den Haag laat besteden, verdwijnt ook uit zicht wat ermee gebeurt. Dan komt er misschien weer een soort Betuwelijn. Moeten we als burger daar dan zo blij mee zijn?” Hoeben pleit er juist voor dat het geld bij de lagere overheden blijft. Zij hebben zicht op lokale en regionale problemen en kunnen het geld daar concreet voor aanwenden.

De Raad voor de Financiële Verhoudingen lijkt, gezien het lopende onderzoek naar de bestedingen door provincies, te twijfelen aan het provinciale kapitaalbeheer. De raad probeert helder te krijgen of de omvang en de verdeling van het huidige provinciekapitaal wenselijk is. Volgens Jan Franssen van het IPO vindt dit onderzoek in samenspraak met de provincies plaats. De raad maakt haar bevindingen 1 maart bekend.

mailIcon print |