*

 

Juist in lichtere zaken bestaat grotere kans op onterechte veroordeling opinie

Jehanne Hulsman − 14/01/09, 00:00

De staat van het recht is ook af te lezen aan het aantal mensen dat niet schuldig is aan een strafbaar feit, maar toch gestraft wordt. Terecht werd in Trouw afgelopen woensdag aandacht besteed aan ruchtbare zaken waarvan na onderzoek is gebleken dat de rechtsgang op een verkeerd spoor zat.

Onderzoek van het CEAS (Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken) toont aan dat politie en Openbaar Ministerie zich in de onderzochte zaken, meer gericht hadden op het realiseren van een veroordeling dan op waarheidsvinding. Wat te denken geeft, is dat de discussie over de daaruit te trekken lessen zich vooral lijkt te richten op zwaardere zaken, terwijl het nog zoveel meer voor de hand ligt te kijken naar lichtere zaken.

Negen van de tien strafzaken wordt afgedaan door een enkelvoudige rechter, die steeds hogere straffen mag opleggen. Tijdens een rechtzitting ligt de nadruk op het strafdossier. De CEAS had onder andere kritiek op de eenzijdig belastende samenstelling daarvan. Tijdsdruk leidt juist in lichtere zaken tot weinig ruimte voor een zorgvuldige verdediging.

Rechtbanken zijn gebonden aan afspraken met justitie over het aantal af te handelen zaken per sector op basis van tevoren vastgestelde normzittingstijden, deze afspraken zijn bepalend voor de begroting. Elke burger die de moeite neemt een overtreding bij de strafkantonrechter voor te laten komen, mag rekenen op vier minuten normzittingstijd voor zijn zaak, inclusief het vaststellen van de identiteit en het doen van de uitspraak. Elke burger die gedagvaard wordt bij de politierechter kan rekenen op een kwartier normzittingstijd.

De laatste jaren is omwille van de marktwerking en snelheid van doorvoer van strafzaken veel veranderd ten nadele van de positie van een verdachte. Juist bij lichtere zaken is er minder kans op gesubsidieerde rechtsbijstand, het oproepen van ontlastende getuigen is bemoeilijkt, bewijstechnisch kan een veroordeling tot stand komen op een enkele verklaring van een politieambtenaar, ook bij ontkenning van de verdachte. Dwangmiddelen die de politie kan toepassen zijn uitgebreid en worden door het Openbaar Ministerie en rechter vrijwel niet meer getoetst op proportionaliteit en subsidiariteit.

Stichting Mensenrechten Dordrecht heeft langdurig, empirisch onderzoek gedaan naar vermeend geweld tegen of belediging van agenten, voorbeeld van een probleemgebied dat vaker leidt tot een roep om hardere aanpak (interview Korvinus, Trouw, 8 januari). Uit diverse zaken blijkt het vermogen van agenten afgenomen om in dergelijke situaties deëscalerend op te treden. In rechtszaken geven vooral de verklaringen van agenten die zelf bij het incident betrokken waren, de doorslag. Ook als de verdachte ontkent.

In een aantal gevallen wordt aan verdachten verteld dat zij de verklaring maar moeten ondertekenen, omdat zij anders nog langer vastzitten. Slechts weinigen beseffen de gevolgen: een veroordeling levert een strafblad op. Is er ooit goed onderzoek gedaan naar hoeveel mensen een transactievoorstel betalen, die zichzelf onschuldig weten?

Een zichzelf respecterende rechtsstaat wil weten wat de werkelijke staat van het recht is, en onderzoekt of mechanismen die bij zwaardere zaken hebben geleid tot onterechte veroordelingen, ook een rol spelen in lichtere zaken.

mailIcon print |