*

 

Calvinistische politiek product van eigen tijd opinie

Carla van Baalen − 14/01/09, 00:00

Ook politici die niet expliciet tot een calvinistische partij behoorden, zoals Drees, Den Uyl en Kok,

Het beeld is bekend. Dat heel Nederland calvinistisch zou zijn, ja, dat het calvinisme een onderdeel van onze nationale identiteit zou zijn. De bijbehorende typeringen zijn bekend: sober, zuinig, rechtlijnig, principieel, hardwerkend – en, minder positief, behoudzuchtig, bekrompen, betweterig, fantasieloos, harkerig, schoolmeesterachtig en zedenprekerig.

Waar komt dat beeld nu vandaan? Het is ontstaan in de 19e eeuw, toen geschiedschrijvers en opiniemakers voor het eerst welbewust op zoek gingen naar zoiets als een nationale volksaard. En terugkijkend op de voorafgaande eeuwen, leidden zij uit de protestantse dominantie af dat het hele land al sinds de 17e eeuw een calvinistische natie was geweest. Maar dat was niet geheel conform de historie. Hooguit de helft van de inwoners van de Republiek was belijdend gereformeerd en anders-gelovigen genoten een grote mate van vrijheid.

Bovendien wordt in beschouwingen van buitenlanders die in de 18e eeuw Nederland bezochten, eigenlijk ook niks gezegd over de bijzondere calvinistische eigenaardigheden van de Nederlanders. Ze schrijven doorgaans over Neêrlands geldzucht en over de grote mate van burgerlijke vrijheid en tolerantie, maar een echt calvinistisch beeld valt er niet uit te destilleren. Pas vanaf de 19e eeuw zelf, vanaf het ontstaan van het neocalvinisme van Abraham Kuyper en diens grote invloed, gaat het beeld meer en meer kloppen.

Zo bezien, valt er over ’calvinisme in de Nederlandse politiek’ dus nog wel wat meer te zeggen. Immers, hoe ver reikten die calvinistische invloeden nu precies? En in hoeverre zijn politici die niet expliciet tot een calvinistische partij behoorden toch ook door het calvinisme beïnvloed? Neem een Willem Drees (uit de jaren vijftig) of een Wim Kok (uit de jaren negentig): waren zij in verscheidene opzichten niet ook ’calvinistische politici’? En wat te denken van Joop den Uyl?

Heel duidelijk geen calvinistisch politicus was in ieder geval premier Dries van Agt. En daar koketteerde hij ook mee. Men moest alles niet zo serieus nemen, men moest juist ook genieten van het rijke leven, van een goed glas wijn – en de politiek? Die kon heus wel even wachten, aldus de katholiek Van Agt.

Beroemd is de volgende anekdote. Tijdens de kabinetsformatie van 1981 liet hij eens een vergadering lopen om aanwezig te kunnen zijn bij een wielerronde ergens in Brabant. Toen koningin Juliana hem daarover berispte en om een verklaring vroeg, antwoordde Van Agt: ’Dat kan ik u niet verklaren. Want hier stuiten we op het verschil tussen Rome en reformatie.’

Een poging tot definitie: calvinistische politiek is een politiek die is gebaseerd op de principes van de Bijbel, zoals geïnterpreteerd door opeenvolgende reformatorische exegeten en groeperingen. Het is zeker géén eenduidige politiek, losgezongen van de tijd. In opeenvolgende tijdvakken formuleerden zichzelf als calvinistisch afficherende politici uiteenlopende antwoorden op de voor hun tijd actuele problemen en ook verschillende visies op wat nu eigenlijk ’goede politiek’ was.

De beginselprogramma’s bleven niet steeds hetzelfde. Maar de overeenkomst tussen al die programma’s en politiek-maatschappelijke visies was en is nog steeds dat zij de volkssoevereiniteit niet erkennen. De overheid is door God gegeven en staat in zijn dienst. En de Bijbel vormt het fundament voor de politieke overtuiging. Niettemin is het ook weer niet zo dat daaruit mag worden afgeleid dat de calvinistische politiek de scheiding van kerk en staat niet erkent. Feit is dat veruit de meeste zich calvinistisch noemende politieke partijen die scheiding volmondig hebben erkend.

Gedeelte van de toespraak gehouden tijdens het VU/Trouw-symposium gisteravond op de Vrije Universiteit over calvinisme in de politiek

mailIcon print |