Het weergaloze affiche voor ’Ercole amante’ treft onmiddellijk doel. Ontwerper Lex Reitsma plakte de bovenhelft van een Lodewijk XIV-schilderij op de onderste helft van een Hercules-torso.
Het fantastische beeld vertelt het hele verhaal: de zonnekoning als Hercules, samenkomend in de opera die Francesco Cavalli in 1662 voor het huwelijk van de Franse vorst componeerde.
In de snelle en trendy productie die David Alden in opdracht van De Nederlandse Opera maakte, komt Lodewijk XIV als personage voor, evenals zijn kardinaal Mazarin die Cavalli en zijn opera naar Frankrijk haalde. In hermelijnen mantel zingt Lodewijk de eerste monoloog van Hercules en verkleedt zich ondertussen van vorst tot een blote ’Action Man’-spierbundelpop op plateauzolen. Leuk gevonden, en ook mooi uitgewerkt door bariton Luca Pisaroni die duidelijk plezier had in zijn uitvergroot personage. Daarbij zong hij ook nog goddelijk. Aan het slot wordt de zonnekoning in vol ornaat bejubeld, maar de vorst probeert zich nogmaals als Hercules te verkleden en graait geil een hofdame uit de meute.
In dat slotbeeld, een verbeelding van de spiegelzaal in Versailles, is alles knalgeel. In de proloog begonnen we met pimpelpaars en die kleuren vertellen een beetje het verhaal van deze enscenering. Die is protserig en schreeuwerig op de goede manier, maar ook niet meer dan dat. Met alle vondsten van Alden en zijn ontwerpteam, verlang je toch naar de leegte van Pierre Audi’s ensceneringen van de opera’s van Cavalli’s leermeester Monteverdi. Bij Alden heerst een beetje te veel ’kouwe drukte’.
Misschien dat daarom de toch al niet volle zaal na de pauze nog veel leger was. In het eerste deel was er ook nauwelijks reactie vanuit de zaal op de leuk bedoelde gebeurtenissen op het toneel. Cavalli neemt de tijd om tot de kern te komen en wisselt snel tussen tragedie en komedie. Alden vergist zich door te proberen die tragische stukken eveneens op te pimpen, waardoor al gauw niets meer leuk is.
Als Alden pas op de plaats maakt, is het ook meteen aangrijpend mooi, zoals in Deïanira’s klacht ’Ahi, ch’amarezza’ in het tweede bedrijf. Anna Maria Panzarella zingt daar hartverscheurend, evenals in het wonderschone duet met Jeremy Ovenden (Illo) een akte later. Het is de smeltend mooie muziek waar Cavalli het patent op heeft. Dirigent Ivor Bolton haalt daar en elders het maximale uit Concerto Köln en is gedurende de lange avond een wonderbaarlijke en energieke pleitbezorger van deze vergeten muziek.
Na de pauze werd Aldens regie strakker. Tekenend was wel dat de zaal pas reageerde bij een ’bootjes’-act die rechtstreeks uit een André van Duin-revue leek te komen. Her en der was een residu te herkennen van het spektakel dat het in Parijs geweest moet zijn, maar stiekem wegkruipende toneelknechten?
Bolton koos ervoor om de helft van Lully’s negentien ballet-entrées te laten spelen. Handig om scènewisselingen te realiseren, maar de balletjes voegden weinig toe. Naast Panzarella en Pisaroni, de sterren van de avond, was prima gecast, al intoneerde Anna Bonitatibus (Juno) tamelijk zwak. Uitstekend het 24-koppige koor, gerekruteerd uit de eigen gelederen. Ondanks alle ’buitenkant’ van deze productie, bleef ’Ercole amante’ dankzij deze muzikale elementen net overeind.
De Nederlandse Opera, Concerto Köln, solisten olv Ivor Bolton met Cavalli’s ’Ercole amante’ in een regie van David Alden op 11/1 in Muziektheater Amsterdam. Acht voorstellingen t/m 30/1. Via Radio 4 op 24/1. www.dno.nl
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.