*

 

Palestijnse olijfolie met een mooi verhaal

Kees de Vré − 13/01/09, 00:00

Een zakenman wilde zijn mede-Palestijnen een plek geven in de wereld. Vier jaar later is Canaan Fair Trade de grootste Palestijnse exporteur van olijfolie.

Olijfbomen en Palestina kennen al duizenden jaren een bijna symbiotische relatie. De geschiedenis heeft er bittere ironie aan toegevoegd: een stuk land dat nauw is verbonden met het ultieme vredessymbool, komt alleen nog in het nieuws om zijn vele conflicten. De Palestijn Nasser Abu Farha kon deze gedachte niet loslaten. Hij vatte het plan op om weliswaar niet van de olijftak, maar van olijfolie een vredesinstrument maken.

„Een prachtman die Nasser, die door een pracht product Palestina weer op de kaart wil zetten”, zegt een enthousiaste Rens van den Bulck. Deze Utrechtse biologische verswinkelier was onlangs op de Westoever, in het plaatsje Jenin, waar Nasser in 2008 een nieuwe olijfoliefabriek heeft neergezet en daarmee 1700 boeren en hun gezinnen respect en perspectief biedt.

Van den Bulck ontmoette Nasser in 2006 op de Biofach, de grote biologische vakbeurs in Duitsland. „Ik ben altijd op zoek naar mooie producten, iets waar ik blij van word en die de consument een meerwaarde bieden. Zo kwam ik bij de stand van Canaan Fair Trade, het bedrijf van Nasser. Ik luisterde naar zijn verhaal en proefde zijn product: een fair trade olijfolie. Het klopte helemaal.”

Nasser ging als jongeman naar de VS om er te studeren. Daarna bouwde hij als antropoloog een succesvolle carrière op aan de Universiteit van Madison in de staat Wisconsin. In zijn vaste coffeeshop in Madison dronk hij fair trade koffie, luisterde naar het verhaal erachter en dacht: is zoiets niets voor Palestina? Van den Bulck: „Hij stond toen voor het dilemma: wetenschapper of ondernemer, maar bij het uitwerken van zijn plannen werd hij steeds enthousiaster en kon niet meer stoppen. Hij ging naar de FLO in Bonn, de organisatie die de regels stelt voor fair trade productie en handel. Die gaven niet thuis. Palestina en olijfolie stonden niet in hun boeken. Een kleinere biologische certificeerder – het Zwitserse IMO met een nieuw logo Fair for Life – wilde wel meewerken. Samen stelden ze richtlijnen op. Zo is er bijvoorbeeld rekening gehouden met de eeuwenoude plaatselijke traditie dat de perser een zestiende deel van de opbrengst krijgt.”

Canaan Fair Trade is nu vier jaar bezig en is inmiddels de grootste Palestijnse exporteur van olijfolie. Van den Bulck is na de eerste hartelijke kennismaking de Nederlandse importeur geworden. Importeren van producten uit Palestina blijkt niet altijd een feest. „Je bent verplicht samen te werken met een bedrijf in Israël. Met enige regelmaat worden producten vastgehouden in de haven van Haifa. Je hoort nooit waarom. Daarom is het lastig vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Je weet niet wanneer een container in Rotterdam aankomt. Laatst stond mijn bestelling in een Engelse haven en die van de Engelse importeur in Rotterdam. Pesterij? Het lijkt erop, terwijl alle papieren in orde waren. Het kostte me wel weer duizenden euro’s om de zaak recht te breien.”

Palestina en politiek, Van den Bulck praat er niet graag over omdat het zo uitzichtloos is, maar je kunt er niet omheen. Deze twee zijn te nauw met elkaar verbonden, erkent hij. „De politiek is ook onderdeel van het verhaal achter de Palestijnse olijfolie. Hoe een zakenman zijn mede-Palestijnen weer een plek wil geven in de wereld. Dat zoiets broodnodig is, zie je al op de luchthaven van Tel Aviv. Daar staat olijfolie, maar er staat niet bij waar die vandaan komt. Ongetwijfeld uit Palestina, want Israël heeft geen olijfolie, maar Palestina bestaat niet voor ze. Net zomin als er gewone Palestijnen bestaan. Voor Israël zijn alle Palestijnen levensgevaarlijk. Ik verkoop eigenlijk niet bestaande olijfolie. Canaan wil laten zien dat er gewone Palestijnen bestaan, die boer zijn en een mooi product maken dat erg de moeite waard is. In die zin is Canaan activistisch. Ik herken me zo in Nasser. Zijn opstelling vind ik super. Weet je trouwens dat de beste klant van Canaan dr. Bronner is: een Joodse zeepfabrikant die voor Hitler naar de VS vluchtte. Hij maakt biologische zeep met Palestijnse en Israëlische olijfolie als ingrediënt.”

Die Bronner heeft ook de eerste certificering van Canaan-producten betaald. Verder heeft het bedrijf nooit enige steun gekregen, zegt Van den Bulck. Ook zíjn betrokkenheid, nog eens extra gegroeid na het recente bezoek aan de nieuwe fabriek in Jenin, is ondanks alle emotie vooral zakelijk. „Ik verkoop geen liefdadigheid, ik verkoop een topproduct. Zo wil Canaan het ook. En er zit een mooi verhaal achter. Het is slow food, het heeft een bijbelse notie en het is kwaliteit. In Jenin staat nu een uiterst moderne fabriek te midden van soms duizenden jaren oude olijfbomen. Die hele oude bomen geven amper nog vruchten. Maar men blijft er af, dergelijke bomen zijn de totems van Palestina.”

De boeren van de coöperatie die Canaan bedient, hebben even moeten wennen aan de strikte regels van de biologische en fair trade productie. Van den Bulck: „Zo stonden ze altijd te roken boven hun producten terwijl ze op hun beurt wachtten bij de pers. Nu wordt alles super-hygiënisch en zuurstofarm (tegen snel bederf) verwerkt in een prachtig betegelde hal. De opbrengst is veel hoger dan vroeger, maar wat meer telt: de boeren voelen zich weer iemand en ze maken iets dat gewild is in de wereld. Nasser is daardoor een lokale held, maar hij heeft de ambitie uit te groeien tot een icoon voor de Palestijnen. Dat heeft ook zo zijn nadelen. Hij wordt regelmatig bedreigd. Daar trekt hij zich niets van aan. Hij moet en zal zijn verhaal kwijt.”

De Palestijnse olijfolie is gewild in Nederland. „Het afgelopen jaar verkocht ik tien palets. Van een heel goede Spaanse olie verkoop ik gemiddeld een palet per jaar. De mensen komen op het verhaal af. Dat geeft deze olie een grote potentie. Ze komen echter bijna allemaal terug en dan kopen ze die olie weer, maar dan vanwege de smaak.”

mailIcon print |