Loftuitingen dat Calvijn de bron was van hedendaagse democratie en welvaart, missen grond.
Waar haalt hij het toch steeds weer vandaan? Eerst miste minister-president Balkenende in Nederland en in dit tijdsgewricht de ’VOC-mentaliteit’, nu stelt hij vast dat deze samenleving meer aan Calvijn, en dus aan het calvinisme, te danken heeft dan velen beseffen. In zijn opiniestuk, zaterdag op Podium, legt de premier het in een halve pagina uit.
Bij zijn uitleg bleef ik toch af en toe haken. Balkenende begint met te betogen dat het zestiende eeuwse Nederland een internationaal georiënteerd land was dat al vroeg recht en vrijheid hoog in het vaandel had. Hij verwijst daarvoor naar Erasmus. Tot zover graag akkoord, maar volgens Balkenende is het open en vrije karakter van de huidige samenleving schatplichtig aan Calvijn en het calvinisme.
Vanuit de feitelijke geschiedenis valt niet te begrijpen dat Nederland zo veel dankt aan Calvijn als de premier beweert. Toen de calvinisten het in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in religieuze zaken eenmaal voor het zeggen hadden, deden ze ongeveer hetzelfde –zij het iets minder wreed– wat ze hun voorgangers als godsdienstmonopolisten hadden verweten: ze sloten alle andersdenkenden uit van het besturen van stad en land, maar ook van het geven van onderwijs en als het even kon zelfs van het uitoefenen van beroepen.
Het waren toch echt de calvinisten die in 1579 en 1580 de pogingen van Willem van Oranje frustreerden om in de vorm van Godsdienstvrede tot een vorm van godsdienstige tolerantie te komen. En het waren ook heus de calvinistische dominees die in de zeventiende eeuw niet-calvinistische geleerden het doceren aan universiteiten en illustere scholen onmogelijk maakten. Voorbeelden te over. Misschien blonk Calvijn zelf uit in wetenschappelijke veelzijdigheid, maar zijn Nederlandse volgelingen deden dat zeker niet.
Ook de democratie zoals Nederland die kent, danken we niet aan Calvijn en zijn predikanten, al hebben calvinistische historici met terugwerkende kracht de passages in de ’Acte van Verlatinghe’ van 1581 glans proberen te geven. Daarin stond dat de vorst er is voor zijn onderdanen en niet andersom én dat de vorst de onderdanen volgens de wet en in redelijkheid moet regeren. Die teksten zijn gretig geclaimd als voorlopers van de Engelse ’Bill of Rights’ van 1689 en de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring van 1776.
Nederland en de Nederlanders danken de moderne democratie aan de merendeels niet-calvinistische geleerden en denkers van de achttiende eeuwse Verlichting en aan de patriotten die vonden dat meer mensen deel moesten kunnen hebben aan het landelijke en lokale bestuur. Dat waren gedachten die in de dagelijkse calvinistische bestuurspraktijk niet tot ontwikkeling waren gekomen. Let wel: dit gaat niet over de democratie binnen de kerk (waarover ik me geen mening durf aan te matigen) maar over die in de samenleving. Nadat de Nederlanders in 1581 de koning hadden afgezworen, ’calviniseerde’ die in hoog tempo, tamelijk radicaal en zeer intolerant.
Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, naast Nederland, zouden voorbeelden zijn van vroege en sterke democratieën, die hun kracht en de emancipatie van hun burgers danken aan het gedachtegoed van Calvijn. Is dat zo? Ik ben geen kerkhistoricus maar de Engelse staatskerk is niet calvinistisch. Ook zie ik geen verband tussen het ontstaan van die kerk en de reformatorische activiteiten van Calvijn.
Alleen de –dissidente– puriteinen gaan in Engeland wat hun gedachtegoed betreft terug op Calvijn, en aan hun bewind onder Cromwell bewaren de Engelsen geen goede herinneringen.
Heeft dan misschien het gedachtegoed van Calvijn goede diensten bewezen voor de moderne markteconomie? De calvinistische ethiek van hard werken, sober leven en het verdiende weer investeren heeft ongetwijfeld het ontstaan en de ontwikkeling van het kapitalisme bevorderd. Of we daar met de recente ontsporingen van het kapitalisme zo blij mee moeten zijn, is een andere discussie.
Balkenende sluit zijn betoog – onvermijdelijk – af met een verwijzing naar de kredietcrisis en de terechte behoefte aan versterking van morele ankerpunten. Maar als het calvinisme het krediet voor het ontstaan van het moderne kapitalisme heeft gegeven, hoe kan datzelfde calvinisme dan de wonderolie zijn voor het alsnog tot stand brengen van een evenwichtiger financieel systeem? Dat is moeilijk te rijmen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.