*

 

Haar kinderen sympathiseren nu met Hamas

Cilay ÿzdemir − 13/01/09, 00:00

opinie Oem Talal was mijn Palestijnse buurvrouw in Amman, Jordanië. Zij vluchtte in 1967 met haar ouders uit de Gazastrook, toen het gebied door Israël werd bezet. Ze was elf jaar oud.

Oem Talal herinnert zich maar al te goed hoe in die periode Israëlische soldaten de straten in haar buurt uitkamden en op iedereen schoten die zich op straat vertoonde, met als gevolg meer dan tweehonderd doden. Allemaal burgers. Haar ouders sloegen, net als de meeste Palestijnen, op de vlucht en moesten al hun bezittingen achterlaten. Na een paar maanden in Egypte te hebben gebivakkeerd, kwam het gezin uiteindelijk terecht in Jordanië. Deze ervaring heeft Oem Talal voor de rest van haar leven getekend. Desondanks heeft ze nooit de hoop opgegeven ooit, met haar ouders, haar man en vier kinderen, terug te keren naar haar geboorteplaats Gaza.

Een paar dagen geleden schreef ze me hoe het verleden haar opnieuw achtervolgt bij het zien van zoveel doden in Gaza.

Uit onze gesprekken bleek dat Oem Talal, op z’n zachtst gezegd, geen grote fan van de militante beweging Hamas was. Ze geloofde niet dat oorlog en andere vormen van geweld de oplossing kunnen zijn voor het Palestijns–Israëlische conflict. Zij ging er van uit dat de Palestijnse droom van een eigen staat ooit gerealiseerd zou worden. De geschiedenis staat aan de kant van de Palestijnen, zei ze.

Uit haar email blijkt hoe veel moeite het Oem Talal kost om niet de hoop te verliezen op een vreedzame oplossing van het conflict. „Die hoop is door Israël platgebombardeerd en ligt onder de puinhopen van Gaza”. Ze schrijft hoe ze volledig haar vertrouwen heeft verloren in westerse leiders, die geen stelling nemen tegen de Israëlische agressie. Haar kinderen voelen meer sympathie voor Hamas dan voor president Abbas, die met zijn dialoog met Israël geen meter is opgeschoten.

Oem Talal ziet het met lede ogen aan. „Het is moeilijk om de hoop op een vreedzame oplossing te blijven koesteren als je dag in, dag uit ziet hoe de Israëlische oorlogmachine onschuldige burgers neer maait alsof het hier gaat om de opening van het jachtseizoen op wilde zwijnen”.

Des te beschamender is de reactie van de Nederlandse regering op de oorlogmisdaden die Israël begaat in Gaza. De Nederlandse minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen vindt net als Amerika dat Israël niet het oorlogsrecht schendt. Hoe moeten we de honderden gedode kinderen en vrouwen dan zien, en niet te vergeten de duizenden gewonden? Ook het Nederlandse parlement blijft slaafs achter het desastreuze Midden-Oosten beleid van de regering aanhollen. Waarom laten we voortaan niet de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken de Nederlandse belangen behartigen? Scheelt de belastingbetaler weer geld en we zijn af van een overbodige minister.

Westerse leiders weten maar al te goed dat niet Hamas het probleem is, maar de al meer dan veertig jaar durende bezetting van de Palestijnse gebieden. Zolang de bezetting voortduurt, zal er altijd Palestijns verzet zijn.

Gaza is al tientallen jaren de grootste openluchtgevangenis in de wereld, nog voordat Hamas daar de macht greep. Oem Talal had nog het geluk dat ze in 1967 uit Gaza kon vluchten. De huidige bewoners van de Gazastrook kunnen geen kant op en zijn volledig overgeleverd aan de genade van de Israëliërs.

De internationale gemeenschap laat wederom de Palestijnse bevolking in de steek. Israël trekt zich opnieuw niets aan van VN-resoluties, en westerse regeringen zijn geenszins van plan Israël ter verantwoording te roepen. Daarmee is het Westen indirect medeplichtig aan de gepleegde oorlogsmisdaden in Gaza. Maar dat weet Oem Talal al lang.

mailIcon print |