*

 

De paus van Genève

Sylvain Ephimenco − 13/01/09, 00:00

opinie Het Calvijnjaar, dat Trouw blijkbaar zo aan het hart gaat, zou best een jaar van polemieken, twisten en disputen kunnen worden.

Dat is een boeiend perspectief voor wie van debat houdt, dat nu gelukkig in een volstrekt vreedzame en dus ongevaarlijke omgeving kan plaatsvinden. Anders dan in Calvijnse zestiende eeuw waarin afwijkende meningen over zijn concepten met het vuur en het zwaard werden beantwoord. Voorlopig moeten we het doen met zalvende en soms zelfs idolate benaderingen van deze grote denker en zijn leer. Theatermakers noemen de van oorsprong Franse Jean Calvin of Cauvin een ‘lefgozer’ die helderder dacht dan bijvoorbeeld Geert Wilders en Rita Verdonk (!). Hoewel beide ‘warhoofden’, anders dan Calvijn, voorlopig geen bloed aan hun handen hebben. Of neem kerkhistoricus Mirjam van Veen die een gewaagde parallel trekt tussen de man die door zijn tegenstanders de ‘Paus van Genève’ werd genoemd en, jawel, Barack Obama. Maar het verst in zijn adoratie gaat voorlopig onze minister-president. Zijn Trouw-bijdrage van afgelopen zaterdag is een mengeling van persoonlijke bewondering, overtuigingen met zijn nestgeur en speculaties tot aan de huidige kredietcrisis. Calvijn als remedie tegen de moderne hebzucht en fungerend als stevig fundament van de open en tolerante Nederlandse samenleving. Dat Balkenende vooral het gedachtegoed van Calvijn belicht en het historische personage in het duister laat, is het recht van de bewonderaar die persoonlijk door de leer wordt geïnspireerd. Maar Balkenende is ook een politicus en in die hoedanigheid had hij best iets over de bestuurder uit Genève kunnen schrijven. Iets dus over de schaduwkant van Calvijn, de reli-fanaticus die over zijn opponent de Spaanse theoloog Michael Servet schreef: ‘Wanneer hij hier komt, als mijn gezag ook maar iets waard is, zal ik niet toestaan dat hij levend vertrekt.’ En dat gebeurde ook, tijdens een dienst die door Calvijn zelf werd geleid. Dat Calvijn zelf niet degene was die de brandstapel ontstak kan toch niet als argument dienen om deze misdaad als een ‘bedrijfsongeval’ te omschrijven. Want de man in wie de premier de inspirator ziet van de open en tolerante samenleving, was weinig open en zeker niet tolerant als zijn gezag en gedachtegoed werden betwist. Hoewel de executie van Servet de meest spectaculaire faux pas werd van de ‘Paus van Genève’, werden tal van anderen onder zijn gezag een wrede dood ingestuurd. Volgens diverse bronnen namen de executies in Genève fors toe in de Calvijnse jaren: vijf personen opgehangen, dertien onthoofd en 34 of 35 op de brandstapel gezet. Calvijn had vooral weinig op met ‘heksen’ die hij verdacht de pest door magie en occultisme in Genève te hebben verspreid. Overigens moest hij ook niets van Joden hebben; hij omschreef ze als de ‘allerheftigste vijanden van Christus zelf’. Natuurlijk is dit beeld selectief en in vogelvlucht samengesteld. Maar het is ook een beeld beantwoordt aan de selectiviteit van de premier. Met de fanaticus Johannes Calvijn als minister van religieuze zaken in Balkende V zou emigratie weer een optie zijn.

mailIcon print |