KLM werkt samen met het Wereld Natuur Fonds aan manieren om het milieu minder zwaar te belasten. Wat zoeken deze zo contraire partijen bij elkaar? Het bedrijf en de natuurbeschermer willen beide minder CO2 in de lucht, maar om verschillende redenen.
Het is even wennen, de nieuwe verhoudingen tussen milieuorganisaties en het bedrijfsleven. KLM-topman Peter Hartman is voor het eerst op bezoek in het gebouw van het Wereld Natuur Fonds (WNF) in Zeist. In een kamer, naast een uitstalling van de volledige knuffeldierencollectie, zit hij gezellig met WNF-directeur Johan van de Gronden te praten over herten en reeën in de bosrijke omgeving.
„Ik heb er laatst gelukkig weer een aantal gezien bij Soest”, zegt Hartman. „Prachtige beesten.” Waarna de heren samen op de foto gaan met een enorme knuffelbeer.
Demonstreren, provoceren en aanklagen is voor milieubewegingen niet meer de enige weg om bij bedrijven aan te dringen op milieuverbeteringen. Terwijl Greenpeace met klassieke protestacties blijft vechten tegen de nieuw te bouwen kolencentrales van E-on, kiezen de natuurbeschermers WNF en Natuurmonumenten voor het smeden van coalities. Zo prijst Natuurmonumenten met autobedrijf Europcar zuinige huurauto’s aan.
Collega WNF, met 927.000 Nederlandse donateurs, zoekt ook naar grote, vervuilende partijen. Zo maakte het WNF afspraken met BCC, de gigant in consumentenelektronica, over zuiniger apparatuur. Met supermarktketen Albert Heijn sloot het een akkoord over verduurzaming van het visassortiment en met Essent zette het vijf jaar geleden ’groene stroom’ als product in de markt.
„Juist met bedrijven die als vervuilend te boek staan, willen we zaken doen”, zegt Van de Gronden. „Het zal in het begin misschien zorgen voor bedenkelijke blikken, maar uiteindelijk bereik je daar de meeste milieuwinst mee.” Van de totale WNF-inkomsten is vijf procent afkomstig door samenwerking met of steun van bedrijven.
Met KLM, de Nederlandse zwaan die met Air France fuseerde, tekende het WNF vorig jaar eveneens een reeks milieuafspraken. Vliegen is een realiteit die past in deze tijd en nu eenmaal niet valt weg te denken, daar is ook Van de Gronden heilig van overtuigd.
„Minder vliegen is goed voor het klimaat, maar het heeft geen zin om alleen te roepen dat het allemaal minder moet”, zegt hij. „Wij kiezen voor de zuinige en schone weg met bedrijven samen. We streven ook naar veranderingen via de consument, maar daarvan weten we dat het een lange weg is.”
Kern van het contract tussen KLM en WNF is dat KLM zich committeert aan een CO2-neutrale groei. Een forse toename van het aantal vluchten en passagiers (nu ruim 23 miljoen per jaar) is volgens KLM geen probleem, zolang het milieu de klappen van die uitbreidingsdrang maar niet hoeft op te vangen. Om te groeien, en toch de jaarlijkse emissie van broeikasgas te houden op de 10 miljoen ton van 2007, moet de uitstoot tot 2012 met een miljoen ton worden gereduceerd of anders gecompenseerd. In eerste instantie was dat 4 miljoen ton, maar nu de luchtvaart de groeicijfers naar beneden bijstelt, daalt het verplichte reductiecijfer mee.
De compensatie kost KLM naar verluid 5 miljoen euro per jaar. Dat bedrag gaat naar schone energieprojecten in ontwikkelingslanden. Samen met de ingebruikname van schonere vliegtuigen, wat volgens Hartman ondanks de financiële crisis gewoon doorgaat, komt de totale investering in milieumaatregelen op miljarden uit.
Een jaar na het ondertekenen van het samenwerkingspact over CO2-reductie kijken KLM en het Wereld Natuur Fonds met tevredenheid terug op de resultaten tot nu toe. De daling van uitgestoten broeikasgas voldoet volgens beide partijen aan de verwachtingen.
KLM bevindt zich naar eigen zeggen al jaren in de voorhoede van duurzaam ondernemerschap. Inderdaad scoort KLM hoog in de groene ranglijsten, zoals de steevaste topplek in de toonaangevende Dow Jones Sustainability Index bewijst. KLM laat zijn volledige beleid volgens certificeren volgens de zogenoemde ISO 14001 milieunormen en de luchtvaartmaatschappij doet van alles om efficiënter en schoner te vliegen. Dat zit hem vaak in kleine dingen. Dunnere verflagen zorgen voor minder weerstand in de lucht, uit vliegroutes worden overbodige bochten geschrapt, drinkbekers zijn biologisch afbreekbaar, piloten worden getraind in zuinige vliegmethoden en kranten die dienen als leesvoer aan boord worden binnenkort gerecycled tot toiletpapier. Het verhaal gaat zelfs dat KLM flessen whisky, die toch al niet zo vaak werden verkocht, uit het taxfree assortiment schrapte om zo kilo’s en CO2-uitstoot te verminderen.
Het is de eerste keer dat een luchtvaartmaatschappij zich bindt aan een ’klimaatpact’ met een natuurbeschermingsorganisatie, waarbij externe bureaus de resultaten controleren. Het risico bestaat echter dat KLM’s subtielere vormen van vergroening, die al langer bestaan, worden weggezet in de hoek van greenwashing: milieuzorgen van klanten misbruiken voor holle marketingtrucs. In de wirwar van groene producten en diensten is de scheidslijn tussen zin en onzin vaak erg dun. Door zich publiekelijk te committeren aan afspraken met het WNF hoopt KLM vermoedens van greenwashing weg te nemen. Zo laat de KLM aan kritische consumenten zien dat het haar menens is. Als aansprekend bewijs mag de luchtvaartmaatschappij het bekende WNF-logo van de pandabeer gebruiken.
Maar verdenkingen maken blijft altijd mogelijk. Is KLM niet stiekem zo druk met zuinige vliegtechnieken om zelf dure brandstoffen uit te sparen? Zijn de compensatieprojecten voor KLM niet een mooie manier om toe te werken naar de Europese emissierechtenhandel (ETS)? En natuurlijk is er nog een economisch motief: Voor 2012 zal de CO2uitstoot van de luchtvaartsector apart worden belast.
Groene reclame, brandstofbesparing en een voorbereiding op ETS: voor KLM zou in het WNF-akkoord flink wat eigenbelang mee kunnen spelen. Hartman wil daar niet van horen. „Eigenbelang is totaal niet het goede woord. Milieubeleid en ondernemerschap gaan hand in hand, zoals veel voorbeelden bewijzen. Door rendabel te opereren, kunnen we ook weer investeren in duurzaamheid.”
Vanuit het WNF bekeken is het op een andere manier interessant om zich te verbinden aan de grote vervuiler KLM. De panda leent zijn logo en gezaghebbende uitstraling graag aan bedrijven uit, maar stelt daar wel harde eisen tegenover. Zo is KLM verplicht om CO2-emissie te compenseren via zogenoemde Gold Standard projecten, een hoog aangeschreven vorm om vervuiling te compenseren. Daarmee investeert KLM in grootschalige schone energieprojecten in ontwikkelingsgebieden. Een windmolenpark in Afrika bijvoorbeeld.
„Dat is de meest effectieve manier van compensatie die we nu kennen”, zegt Van de Gronden. Compensatie door boomaanplant, aangeboden door organisaties als Trees for Travel en de KlimaatNeutraal Groep is al jaren omstreden en daarom geen optie voor het KLM-WNF akkoord. Een retourvlucht Amsterdam - New York zou met 60 bomen klimaatneutraal zijn. Bomen houden CO2 vast, maar alleen op zeer massale schaal heeft aanplant zin. En ook dan blijft het een tijdelijke oplossing, omdat kooldioxide op een zeker moment – boomsterfte of door het kappen van bomen – toch weer vrij komt. „Wij zijn natuurlijk voor zoveel mogelijk bomenplant”, zegt Van de Gronden, „maar als compensatievorm is het niet afdoende.”
KLM ziet zijn compensatieprogramma deels als een manier om tijd te winnen voor de werkelijke omschakeling naar schone brandstofmethoden. „Fossiele brandstoffen raken op. De huidige ,tijdelijk lage olieprijs doet daar niets aan af. KLM zit middenin de zoektocht naar alternatieven.”
Bekend is dat de KLM zijn oog heeft laten vallen op algen als bron van kerosine, maar volgens Hartman wordt een breed scala aan mogelijkheden onderzocht. „Voorlopig moeten we reduceren en compenseren. De luchtvaart zal de laatste sector zijn die kan afstappen van fossiele brandstoffen. Het lastigste punt is de certificering van alternatieven en goedkeuring op veiligheid.”
Naast de verplichte investering in Gold Standard projecten ligt ook in de overeenkomst vast dat KLM op vaste basis met branchegenoten praat over milieuaanpak. „Daar gaat een belangrijke voorbeeldfunctie vanuit”, aldus Van de Gronden. Hij ziet de afspraken als pure winst. Het risico dat het WNF zich inlaat met bedrijven die vervolgens niets klaarspelen, schat hij minimaal in. „Deze afspraken zijn warempel ambitieus, maar zeer helder en controleerbaar voor externe accountants.” Volgens Van de Gronden is dat aan de WNF-donateurs goed uit te leggen en komen er nauwelijks verontwaardigde brieven binnen.
„Lasnaden in samenwerkingsverbanden hou je altijd, maar wij gaan alleen met partijen in zee als wij het werkelijk zinvol vinden. Bedrijven staan bij ons in de rij voor samenwerking, maar echt: de meeste wijzen we af.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.