*

 

’De mensen daar worden aartslui van al die hulp’

Sofie Cerutti − 15/01/09, 00:00

Johan Goossens maakte zijn school af en ging vrijwilligerswerk doen in Afrika. Nu komt hij met zijn eerste cabaretprogramma: A-boom!

’Wegens ziekte is er vandaag geen column van Johan Goossens uit Ghana’, stond op 21 december 2001 in Trouw. Een week later werd deze mededeling gevolgd door ’Op deze plek zou vandaag de allerlaatste column staan van Johan Goossens. Maar Johan ligt, geveld door malaria, in een Ghanees ziekenhuis.’

Op zijn achttiende won Johan Goossens een schrijfwedstrijd, waarna hij een jaar een column schreef in Trouw. Aan het eind van die periode, na zijn eindexamen en een paar maanden werken op een camping in Frankrijk, ging hij vrijwilligerswerk doen in Ghana. Lesgeven op een schooltje in een dorp met de welluidende naam Akoetsiaboom. Nu, ruim zeven jaar later, heeft hij de ervaringen uit die tijd verwerkt in zijn eerste avondvullende cabaretvoorstelling, ’A-boom!’.

„Gewoon, ik wilde de wereld verbeteren”, zegt hij achteraf. „Net als een heleboel andere mensen toen. Het was in die tijd erg in: naar Afrika gaan en iets goeds doen. Maar de meesten zagen het als een opmerkelijk soort vakantie.” Dat leidt in de voorstelling tot observaties van zijn medereizigers Emke (’negeren, je moet ze gewoon negeren’), José (’they’ve never seen such a fat white woman’) en corpsstudente Anne-Jolijn (’even een braakje leggen’). Daarbij spaart Goossens zichzelf niet: ook hij maakte deel uit van de onafgebroken stroom jongeren die, deels als vakantie, deels voor de ervaring, deels uit idealisme naar Afrika trekt.

„En dan kom je aan op zo’n schooltje, er zijn geen boeken, er is geen krijt, er is niks. Een stok, om de kinderen te slaan. En alle ouders vinden dat normaal. Ze vinden het raar als je het niet doet. De kinderen zijn eraan gewend zo terechtgewezen te worden. Als je ze niet slaat, breken ze de boel af. Wat doe je dan?”

Het duurde een aantal jaar voor Goossens zijn Ghanese ervaringen kon omzetten in cabaretteksten. „Ik heb een aantal heftige dingen meegemaakt. Een kind zien sterven. Kinderen die honger hebben. Een verschrikkelijk busongeluk. En ik ben heel erg ziek geweest, lag met malaria in een hotel. Leuk was het niet altijd, en zeker niet iets om een week later een avond vol grappen over klaar te hebben.”

Na zijn reis naar Ghana ging Goossens Nederlands studeren. Hij bleef cabaretteksten en liedjes schrijven. Hij ging naar de kleinkunstacademie in Den Bosch en won in 2006 het Groninger cabaretfestival. Die prijs vormde de opmaat voor deze eerste voorstelling, waarin hij het vrijwilligerswerk in Ghana vermengt met luchtige of gevoelige liedjes en sketches over stoppen met roken, zijn oma, diarree op het vliegveld van Macedonië of hoe je tijdens orale seks het beste een haartje uit je mond verwijdert. Goossens is kritisch en vol (zelf)spot, maar cynisch wordt hij niet. En belerend zeker niet.

„Maar ik zou het jongeren niet aanraden, op je achttiende naar Afrika, vrijwilligerswerk doen. Het is heel heftig, en soms denk ik dat het ook vrij zinloos is. Je zou alle ontwikkelingswerkers uit Afrika weg moeten halen. Dan zou er misschien wat meer eigen initiatief komen. Mensen worden aartslui van al die hulp. In mijn dorpje had dat ook veel te maken met de ’chief’: die zat alleen maar te drinken en te gokken. Dat maakte de meesten ook niet actiever. De vrouwen moesten eigenlijk alles doen. En de kinderen, die werkten heel hard.”

Goossens’ idealen hebben in Akoetsiaboom een deuk opgelopen, maar verdwenen zijn ze niet. „Ik ben er een paar keer teruggeweest. Ik ben een schooltje aan het bouwen in het dorp, samen met mensen daar. Het heeft misschien niet veel zin, maar je moet toch iets doen.”

Hij heeft ook een boek geschreven over zijn reis, „maar dat is nog niet uitgegeven”. Hij wil zeker ook verdergaan met schrijven. „Misschien ben ik wel een betere schrijver dan cabaretier, maar schrijven is wel erg eenzaam. En het is erg moeilijk je geld ermee te verdienen. Ik werk nu weer aan een nieuwe voorstelling. ’Negen tot vijf’, gaat die heten, over het kantoorleven.”

mailIcon print |