Posttraumatische stress is volksziekte nummer een in Irak. Maar het erover praten is taboe. Artsen waarschuwen voor de gevolgen.
„We zijn een gehandicapte maatschappij. Door de trauma’s kunnen we onze mentale kracht niet gebruiken.” Saman Hamid zegt het beslist. „Veel mensen hebben geen lol in hun werk of studie. Je ziet veel inactiviteit. De bibliotheken zitten niet vol, de theehuizen wel.”
Hamid is psychiater in de Koerdische hoofdstad Irbil. Dagelijks melden zich in zijn kliniek zestig mensen. Er zijn acht bedden voor acute zorg, en honderd voor mensen die opgenomen zijn. Een druppel op een gloeiende plaat, benadrukt hij. Heel Irak heeft op dit moment hooguit zeventig psychiaters, van wie er twintig in de Koerdische regio zitten.
En dat terwijl door Saddams bewind het aantal mensen met psychische klachten enorm is. Vele duizenden werden opgepakt, mishandeld, verkracht. Velen waren getuige van executies, op scholen werden ze zelfs als afschrikwekkend voorbeeld voor de ogen van kinderen uitgevoerd. Saddam vernielde tijdens de Anfal-operatie in de jaren tachtig duizenden Koerdische dorpen, voerde tienduizenden mensen af en executeerde ze, en gebruikte gifgas. En na 2003 kwam daar het geweld van de Amerikanen en de milities bij.
Hamid haalt een onderzoek aan, waaruit blijkt dat twintig procent van de ontheemden die na 2003 uit de rest van Irak naar Koerdistan kwamen, lijdt aan posttraumatische stress. Onder overlevers van de Anfal-operatie ligt dat cijfer zelfs op 95 procent. Dat komt doordat hun klachten niet tijdig zijn onderkend en behandeld.
Slachtoffers meldden wel hun lichamelijke klachten, maar niet hun psychische, omdat die taboe zijn. „Irakezen praten niet over hun emoties. Mannen schamen zich depressief te zijn. In de Koran staat dat je dat soort dingen moet toedekken.’’
Dat ondervond Ahmed Amin, die directeur is van de traumakliniek van de Amerikaanse Heartland Alliance in Suleimania, tijdens een voorlichtingsbijeenkomst voor onderwijzers en hulpverleners. Hij kreeg slinks een papiertje toegespeeld, waarop een van de aanwezigen hem om een afspraak vroeg. „In deze schaamtemaatschappij is het stigma van gekte enorm.”
Genezing begint ermee dat patiënten de herkomst van hun symptomen begrijpen, zegt Amin. „Soms voelen ze dat ze gek worden, of dat God ze straft.” Zowel hij als Hamid benadrukken dat geestelijke klachten een ziekte zijn. „We weten dat trauma’s het genotcentrum in de hersens aantasten. Dat de chemie van de hersens verandert. Dat behandelen we met medicijnen”. Daarnaast is hij begonnen met psychotherapie.
Beide artsen werken er bovendien hard aan, de klachten uit de taboesfeer te halen. Amin houdt bijeenkomsten en conferenties, Hamid heeft een eigen tv-programma en schrijft voor verschillende Koerdische kranten. „We hopen dat we met de patiënten langzaam aan ook de samenleving genezen”, zegt Amin.
Daarom pleit zijn Irbilse collega Hamid ervoor dat de manier waarop er over de Anfal-operatie wordt gepraat, verandert. „Ieder jaar die sombere herdenking met de slachtoffers. We moeten van dat slachtofferdenken af. Deze mensen zijn overlevenden, dat is juist positief.”
Het effect van trauma’s op de samenleving is groot, omdat ook de omgeving van de slachtoffers de gevolgen ondervindt. Amin schat om die reden dat 95 procent van de Iraakse samenleving direct of indirect getraumatiseerd is.
„Iedereen in Irak verbergt zich achter een masker”, zegt Saman Hamid daarover. „Het was gevaarlijk om te laten zien wie je bent en wat je denkt. We weten van elkaar dat we dat masker dragen. Dat moet eerst af. En dat is een kwestie van vertrouwen. Daaraan moeten we bouwen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.