*

 

Slachtoffers mensenhandel cel in

Martijn Roessingh − 14/01/09, 00:00

Veel slachtoffers van mensenhandel zitten ten onrechte lang in vreemdelingenbewaring. Ze worden niet herkend als slachtoffer, kunnen soms geen aangifte doen en worden uitgezet. Dat blijkt uit een rapport van BlinN (Bonded Labour in the Netherlands), een organisatie die zich bezighoudt met hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel.

BlinN trof sinds 2006 tussen vreemdelingen zonder verblijfspapieren 112 slachtoffers van mensenhandel aan: 88 vrouwen en 24 mannen. Ze hebben recht op bescherming en opvang als ze aangifte willen doen en moeten in elk geval tijd krijgen daarover na te denken. Maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet.

Volgens BlinN negeren politie en marechaussee aanwijzingen dat het slachtoffers van mensenhandel zijn, geloven ze het verhaal niet, of laten ze na om tijdig aangifte op te nemen. Slachtoffers kunnen daardoor geen aanspraak maken op een tijdelijke verblijfsvergunning, terwijl ze daar recht op hebben. Ze worden uitgezet of op straat gezet (in minstens 37 van de 112 gevallen). BlinN vreest dat sommigen daardoor weer in handen van handelaars zijn gevallen.

Volgens BlinN is een verblijf in detentie zeer traumatisch voor slachtoffers van mensenhandel. Zij zijn angstig en soms suïcidaal en worden daarom vaak in isoleercellen geplaatst. Dat verergert hun psychische problemen. Sommige slachtoffers zijn jarenlang door hun handelaars gevangengehouden en gedwongen zich te prostitueren.

Hoeveel slachtoffers van mensenhandel in vreemdelingenbewaring terechtkomen, is onduidelijk. BlinN kreeg geen toegang tot alle detentiecentra en heeft binnen de centra waartoe ze toegang kreeg, lang niet iedereen bereikt. BlinN spreekt in het rapport ’Uitgebuit en in de bak gezet’, dat gisteren aan staatssecretaris Albayrak (justitie) is gepresenteerd, van het ’topje van de ijsberg’.

mailIcon print |