*

 

De C-factor zit me echt niet in de weg. Integendeel

Willem Breedveld − 14/01/09, 00:00

opinie Verontrustend, noemde een collega het. Een tikkeltje tragisch ook, sprak een ander. Een derde gaf me zelfs in overweging toch maar eens te gaan praten met een goede therapeut. En dat alles omdat ik tot verbijstering van de redactie een topscore had gehaald in de Calvijn-test: een C-factor van maar liefst 87.

Als het echt zo bar is, kunnen we het halve kabinet-Balkenende wel op retraite sturen, wierp ik tegen. Maar met dat ik dat zei, zag ik aan de gezichten dat men dat eigenlijk niet zo’n slecht idee zou vinden. De betutteling van die ploeg. Dat vrome gezever over normen en waarden. Ondertussen wel de katjes in het donker knijpen. En langzaam drong het tot me door dat ik met mijn C-factor tegen een muur van misverstand was opgelopen.

Misverstand nummer één: het calvinisme is de vijand van iedere vorm van levensgenieting. Hoe komt men daarbij? Calvijn zag juist niks in het idee van wereldmijding, het zich opsluiten in een klooster, of het zich opleggen van een celibaat. Calvijn predikte met beide benen in deze wereld staan. Maar wel zonder van deze wereld te zijn. Want die wereld is God niet en mag ook niet makkelijk met God verward worden, ook al is die Gods schepping en als zodanig een geschenk. Ik geef toe, het is lastig, die distantie. Maar anderzijds, waarom zou een mens de gevangene van deze wereld moeten zijn?

Misverstand nummer twee: het calvinisme heeft een broertje dood aan kunsten en wetenschappen. Wat een onzin. Calvijns kerken zijn sober en kaal. Niets mag de aandacht afleiden van het Woord. Maar voor het overige heeft het calvinisme de kunsten en wetenschappen juist een enorme impuls gegeven. Kijk naar onze Gouden Eeuw. Zelfs in katholieke landen gaven calvinisten vaak de toon aan. Zo waren van de 23 eerste leden van de in 1648 opgerichte Académie Royale de Peinture er zeven calvinist. En dat in het overwegend katholieke Frankrijk. In de Parijse Académie des Sciences bliezen in de periode 1666-1883 calvinisten ook duchtig hun partijtje mee. Van de buitenlandse leden van deze Académie was 81,8 procent calvinist. De Royal Society van Londen werd aanvankelijk zelfs gedomineerd door puriteinen. Over de hele linie waren het calvinisten die in de 16e en 17e eeuw de natuurwetenschap en de biologie beheersten.

Verbazingwekkend is dat niet als men bedenkt dat (anders dan de huidige creationisten) Calvijn de Bijbel niet letterlijk nam. Voor hem was het een boek dat primair Gods heil predikte, geen onfeilbare bron van wetenschappelijke informatie. Calvijn heeft de natuurwetenschap juist bevrijd uit zijn theologische boeien. Wetenschap als middel om de rijkdom van Gods schepping te doorgronden, ook al dachten latere ’calvinisten’ daar anders over.

Misverstand nummer drie tenslotte: de predestinatie, de leer van de (dubbele) voorbeschikking, of uitverkiezing. Het is de grote schandvlek van deze theoloog, schrijft een lezer. Daardoor durfden veel gelovigen niet meer te vertrouwen op een genadige God. Velen die inmiddels Jan Siebelink hebben gelezen zullen deze verzuchting herkennen. Toch is ook dat een misverstand. Zijn predestinatie was vooral een troost voor de toen onderdrukte gelovigen: God heeft jullie van meet af aan uitverkoren. En voor het overige verschilt zijn leer nauwelijks van die van Augustinus, of het moderne determinisme. We leven nu eenmaal in een wereld waarin de één dom is en de ander knap en niemand ons precies kan vertellen waarom dat is. Calvijn gaf er tenminste nog de draai aan dat we uit onze zegeningen, ook die uit arbeid, mogen afleiden dat de Heer met ons is. Daarmee legde hij de basis van ons arbeidsethos. Dat was al heel wat in de toenmalige katholieke wereld waar de Kerk voor je heil zorgde en je er nog dik voor betalen moest ook. Nee, de C-factor zit me echt niet in de weg. Integendeel.

mailIcon print |