*

 

DNA buidelwolf geeft inzicht in zijn teloorgang

redactie wetenschap − 14/01/09, 00:00

Hij had de kop van een hond, de strepen van een tijger, maar was verwant aan kangoeroe en koala: de Tasmaanse tijger, of buidelwolf, had overal wat gewinkeld. Hij is niet meer, de laatste stierf in 1936 in een dierentuin, maar een deel van zijn genen is nu ontrafeld. Fantasten zien het dier al herrijzen, maar genetici hopen liever uit het erfelijk materiaal te begrijpen waarom de buidelwolf het niet meer trok.

Tot nu toe mislukten analyses door de inferieure kwaliteit van DNA uit botten van het dier. Maar genetici peuterden eerder met succes mooi DNA uit haren van een mammoet en nu ook van de buidelwolf. Haar is een goed geïsoleerde tombe: er komt geen lucht, water of bacterie bij. Vergelijking van de eerste DNA-fragmenten met die van de nog levende buidelmiereneter leert dat de twee genetisch erg op elkaar lijken. Fataal veel: mogelijk beschikken deze dieren over te weinig genetisch variatie om ziekteverwekkers en ander gevaar te kunnen trotseren.

Bacteriën als regenmakers
De regen komt deels misschien van beneden, met dank aan bacteriën die tot regenmakers evolueerden. Ze lijken het water vanaf de grond te kunnen oproepen door stofjes omhoog te sturen die de vorming van druppels bevorderen. Hoe is nog de vraag, maar studies van sneeuwvlokken bevestigden al dat bacteriën iets in de wolken teweegbrengen. Als ze de lucht in worden geslingerd, zetten ze de neerslag in gang om behouden terug te keren.

In luchtmonsters van boven zee, kust en bossen zijn stoffen gevonden die chemisch lijken op de surfactants van bacteriën. Dat zijn middeltjes à la zeep, waarmee je onmengbare vloeistoffen kunt laten samenvloeien. Bacteriën gebruiken ze om voedingsstoffen door membranen heen te duwen. En mogelijk dus ook om het water in de wolken te laten ’verdruppelen’. Dan zouden ze van beneden de atmosfeer beheren, maar de onderzoekers begrijpen nog niet hoe bacteriën hun regenmakers zo hoog boven krijgen.

DNA uit Middeleeuwse boeken
Waar DNA-onderzoek niet goed voor is: je zou er zelfs de ouderdom van Middeleeuwse boeken mee kunnen bepalen. Een vervroegde 1 aprilgrap? Nee, al zal het een hele toer worden. Veel oude manuscripten werden met de hand geschreven op perkament vervaardigd uit huid van dieren. En daar schijn je nog DNA uit te kunnen isoleren. Het handschrift en dialect bieden weinig zekerheid, maar de genetische sporen leveren misschien wel een betrouwbare datering op.

Daartoe willen Amerikaanse onderzoekers DNA-kenmerken vastleggen van dierenperkament waarvan herkomst en tijdvak vaststaan. Zulk papier bevat vaak huid van tientallen dieren. Vergelijking van die kenmerken met het DNA uit nog onbestemde manuscripten kan dan misschien vertellen hoe oud de huidsporen zijn. En waar die huid ooit rondliep. Zo zouden genetici tegelijkertijd de handelsroute van het perkament in beeld kunnen brengen.

mailIcon print |