In Zuid-Limburg liggen zeven hamsterreservaatjes, samen 115 hectare. Op de oudste hamsterakkers, bij ’t Rooth, staat zomertarwe, korrelmaïs, bladrammenas en luzerne.
De tarwekorrels zijn bedoeld voor hamsters. Een verrassend neveneffect is dat akkervogels er massaal op afkomen. De zaden van bladrammenas zijn in trek bij kneuen en groenlingen. Op maïs- en tarwekorrels komen vinken, leeuweriken, gorzen, mussen en duiven af.
De tarwe is erbij gaan liggen, vanwege wind en regen. Legeren heet dat. Hier en daar slaan de aren zwart uit. Boena van Noorden van de provincie Limburg ziet het bezorgd aan. „Schimmel”, zegt hij. Toch zijn er vandaag 389 geelgorzen op de korrels afgekomen. En veertig grauwe gorzen; die uit Nederland verdwenen broedvogel smult in Limburg van maïskorrels.
Verder zijn er 165 ringmussen, 341 kneuen, 182 groenlingen, 27 veldleeuweriken, 4600 houtduiven... Op de andere hamsterakkers is het niet anders. Boena telt en ringt de vogels regelmatig. Hij wil weten waar ze in de zomer uithangen.
Geholpen door ringer John Vereijken zet hij netten om een bosje waarin de zangvogels graag neerstrijken. Maar ze omzeilen de netten. Toch worden er een paar ringmussen en een winterkoninkje gestrikt, gemeten, gewogen en met ring vrijgelaten.
De zangvogels blijken onweerstaanbaar voor een sperwer. Die snelle, wendbare vlieger kan vogels vangen in de vlucht.
De sperwer ziet het net niet. Gevangen. De vogel kijkt ons aan. Wijde pupillen, gele rand. Het is een kleintje, een mannetje dus. Bij sperwers is de vrouw veel groter dan de man.
Als John hem na het ringen loslaat, blijft hij nog even op diens hand zitten. Dan scheert hij weg, onderwijl zijn veren opschuddend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.