De keuken van Ethiopië kenmerkt zich door smaakvolle gerechten die lokale ingrediënten combineert met Indiase en Arabische specerijen zoals kardemom, kruidnagelen, kaneel, fenegriek en kurkuma.
Veel gerechten bestaan uit gemakkelijk te bereiden eenpansmaaltijden en stoofpotten die sauzen worden genoemd. Bij de hoofdmaaltijd wordt injera geserveerd, dit is een brood dat lijkt op een pannenkoek met een sponsachtige structuur en een beetje zure smaak.
Traditioneel wordt injera bereid uit een beslag van teff, een lokale gierst soort met een zeer kleine korrel, een hoog ijzer- en calcium gehalte, en vrijwel geen gluten. Dit beslag gaat binnen één tot drie dagen vanzelf tot gisting over, doordat teff als enige graansoort een symbiotisch gist bevat.
Doorgaans wordt echter iets van dit reeds gefermenteerde beslag achtergehouden als zuurdesem voor een volgend beslag. De injera wordt gebakken in een metad, een speciale pan met een zwaar deksel. Zodra de bovenkant van het brood vol luchtgaten zit wordt het deksel op de pan gedaan zodat het brood gaar wordt gestoomd zonder dat de bodem bruin wordt.
Aangezien teff buiten Ethiopië niet gemakkelijk verkrijgbaar is, kan als vervanging Turks of Marokkaans brood worden genomen.
* Was de linzen en kook ze circa 5 minuten in het kokende water. Pel de uien, hak ze fijn. Verhit de olie en bak de uien al roerende tot ze glazig zien, niet bruin.
* Neem de linzen van het vuur, giet ze af, bewaar het kookwater. Doe de linzen bij de uien en voeg het achtergehouden kookwater toe. Breng al roerende samen aan de kook.
* Voeg de gember en in reepjes gesneden paprika’s toe. Breng op smaak met peper en zout en laat samen circa 20 minuten zachtjes doorkoken.
* Serveer de saus/salade warm, lauwwarm of koud met injera of brood.
Tip: maak de ’hete’ variant met fijngesneden rode pepers, knoflook en komijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.