Verbondenheid met Israël leidde vaak tot blinde vlek voor onrecht in Midden-Oosten.
Israël rechtvaardigt zijn huidige campagne in Gaza met het argument dat Hamas, door raketten op Israël af te vuren, het land geen andere keus liet dan met militaire middelen de veiligheid van zijn burgers te waarborgen.
Is er geen andere keus zoals onderhandelen? „Israël onderhandelt niet met terroristen.” Een hoogstaand standpunt, maar wat is de werkelijkheid. De inwoners van Gaza zijn voor een aanzienlijk deel vluchtelingen uit Jaffa en hun nazaten. Op 25 april 1948 werden de 80.000 burgers uit hun huizen en stad gebombardeerd: 20 ton explosieven regenden neer op de weerloze bevolking, afgevuurd door Joodse terroristen om etnische zuivering te bewerkstelligen. Deze wandaad wordt niet angstvallig verborgen gehouden, maar wordt verheerlijkt op de muren van een aan deze daden gewijd museum.
Het werkelijke probleem is niet Palestijns terrorisme maar is de voortdurende onwil van Israël in onderhandelingen betekenisvolle concessies te doen die een op rechtvaardigheid gebaseerde vrede mogelijk maken. Wat Israël als eindbod deed in de onderhandelingen in Camp David in 2000 is terecht als onvoldoende van de hand gewezen.
Over wat nodig is bestaat internationale consensus: Israëlische terugtrekking op de bestandslijn van 1967, een Palestijnse staat met als hoofdstad Oost Jeruzalem en een oplossing voor het vluchtelingenvraagstuk. Voorts dient Israël in ruil voor vrede en normalisatie van de betrekkingen met alle Arabische landen, zich terug te trekken uit de Golan.
De Israëlische onwil met de Palestijnen tot een eerlijk vergelijk te komen is ten dele ook binnenlands politieke onmacht. Zonder forse externe druk zal het dus niet gaan.
Wat kan de EU doen? Een derde van Israëls export gaat naar de EU en er is Israël veel aan gelegen het associatieverdrag met de EU te behouden. Dat akkoord is evenwel voorwaardelijk: de partners verplichten zich het internationaal recht na te leven. Israël schendt die voorwaarde aantoonbaar; reden om het op te schorten. Maar de EU is nu juist voornemens de betrekkingen met Israël te verbreden en te verdiepen. Minister Verhagen verdedigde dat als aanmoediging aan Israël om zich in het ’vredesproces van Annapolis’ constructief op te stellen. Zijn vertrouwen was zo groot dat hij daar graag een voorschot op nam. Wij weten nu dat dit vredesproces op sterven na dood is. Er is geen resultaat na een jaar onderhandelen anders dan de versnelde kolonisatie van bezet gebied.
Reden kortom voor de Nederlandse regering deze voorstellen in te trekken en opschorting van het associatieverdrag met Israël te overwegen. Het CDA kan hier een sleutelrol spelen. Het electoraat zou er verstandig aan doen naar de argumenten van oud-ministers Van den Broek en Van Agt te luisteren. In PKN-kring zou men het eigen moreel kompas aan een kritische blik moeten onderwerpen. Leidt die verbondenheid niet al te vaak tot een blinde vlek voor onrecht in het Midden-Oosten?
Toen mijn ouders in de Tweede Wereldoorlog in hun pastorie en elders vervolgden een schuilplaats boden was dat niet uit verbondenheid met een volk, maar om individuen te redden. Het begrip ’volk’ was in die tijd bij weldenkende mensen hoogst verdacht en ook vandaag blijft kritische reflectie op dat begrip geboden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.