*

 

Murray vraagt om meer respect

Fred Buddenberg − 11/02/09, 00:00

Andy Murray is in Ahoy voor de derde keer in zestien dagen op doping getest. De Schot pleit voor een schone sport, maar zet vraagtekens bij de manier waarop de controles worden uitgevoerd.

  • (FOTO OLAF KRAAK, ANP)
  • (Trouw)

Ondanks zijn status als nummer vier van de wereld probeert Andy Murray een zo gewoon mogelijk leven te leiden. Dat valt niet mee voor de Britse tennisser, want altijd staat er wel ergens een schijnwerper in de buurt. Vooral in Groot-Brittannië, dat al sinds 1936 wacht op een winnaar van een grandslamtoernooi. En Murray moet die lacune opvullen.

Het zijn de laatste tijd niet de media of de fans die Murray hinderen in zijn bestaan als normaal burger. De Schot ventileerde in Rotterdam opnieuw zijn ongenoegen over de dopingregels in de tennissport. Hij vindt het ’draconisch’ dat spelers iedere dag van het jaar moeten opgeven waar zij zich bevinden. „Een normaal leven leiden wordt zo lastig.”

Murray vindt het een goede zaak dat er alles aan wordt gedaan om de tennissport vrij van doping te houden. De manier waarop de controles nu worden uitgevoerd, getuigt in zijn ogen echter niet van respect voor de spelers. Zo stond er een dag na terugkomst uit Melbourne om zeven uur 's ochtends in Londen een controleur op de stoep.

„Ik had last van een jetlag en wist nauwelijks waar ik was. Voor ik het wist stond ik letterlijk met mijn broek op de knieën om een plas in te leveren. En daarna moest ik die man ook nog mijn legitimatie laten zien. Ik begreep er niks van, ik was na mijn verloren wedstrijd tegen Verdasco op de Australian Open ook al gecontroleerd.”

Tijdens het ABN Amro-toernooi in Rotterdam kwam Murray (21) voor de derde keer in zestien dagen in aanraking met de dopingofficials. En opnieuw was hij not amused. „Na mijn dubbelpartij werd ik opgewacht door acht personen. Ik moest tijdens de partij al heel nodig naar de wc, maar omdat maar één arts de controle mocht uitvoeren moest ik lang wachten. En ook Vizner, Nadal en Clement zaten nog in de wachtkamer. Belachelijk.”

„Als ik ’s ochtends opsta, is wel het laatste waaraan ik denk dat ik getest kan worden”, vervolgde Murray zijn tirade tegen het antidopingbeleid. „Als ik toevallig met de hond ga wandelen en er komt iemand langs, heb ik een probleem. Ook is het ridicuul dat we bijvoorbeeld met Kerstmis gecontroleerd kunnen worden. Ik vind het allemaal niet humaan.”

De ATP, de vakbond voor tennisprofessionals, conformeert zich aan de regels van het wereldantidopingagentschap Wada. Tennissers die drie keer een controle missen riskeren een schorsing van twee jaar. Murray vindt het prima dat spelers tijdens toernooien gecontroleerd worden, maar hij zet zo zijn vraagtekens bij het systeem van de whereabouts. „Geen normaal mens hoeft ieder uur van de dag op te geven waar hij zich bevindt.”

Ook vindt de Schot het vreemd dat de regels alleen gelden voor spelers uit de topvijftig. „Waarom wordt er onderscheid gemaakt tussen de nummers 50 en 51”, vraagt Murray zich af. „Als je het dopingprobleem dan toch serieus wilt aanpakken, waarvan ik een groot voorstander ben, moet je het op alle niveaus doen. Dus met alle spelers en op alle toernooien, van de futures tot de grandslams.”

mailIcon print |