*

 

Zout dat naar drop smaakt

Jeroen Thijssen − 07/02/09, 00:00

Een alarmerend bericht, vorige week in de krant: kinderen krijgen te veel zout binnen. Brood en kaas zijn grote boosdoeners. Valt er iets aan te doen?

  • (\N)
  • (FOTO JEROEN THIJSSEN)

Een goede gezondheid voor mijn kindertjes staat ergens bovenaan mijn lijstje, nog boven het verlangen naar een Harley of eeuwige roem.

De Thijssentjes moeten lang leven, liefst eeuwig, en als ik daaraan kan bijdragen, zal ik dat niet laten. Met ontzetting lees ik dan ook de berichten dat kinderen veel te veel zout binnenkrijgen. Vorige week nog, in deze krant. Hoge bloeddruk, hartfalen, de akeligste aandoeningen krijg je ervan.

Dat van die bloeddruk, dat weet een kind. Alleen: hoe werkt dat dan precies? Het draait uiteindelijk om een paar gram zout per dag.

Op die vraag geeft Yvo Sijpkens graag en uitvoerig antwoord. Sijpkens is als nefroloog (nierspecialist) verbonden aan het Bronovo-ziekenhuis in Den Haag, en er lijkt niet veel te zijn dat hij niet weet over bloeddruk. In een kwartier tijd stort hij zo veel informatie door de telefoon dat het mij duizelt.

Om met de eerste vraag te beginnen: het lichaam probeert een balans te behouden tussen het goede dat zout doet en het slechte, want zout doet ook kwaad. Het smaakgevende spul moet door de nieren om in de urine te komen en dat gaat niet zomaar: het lichaam moet flink persen. „Om de zoutbalans te handhaven, is een hogere bloeddruk nodig”, zegt Sijpkens. „Dat is bij iedereen zo.”

Hoe meer zout, hoe meer het lichaam moet werken, hoe hoger de bloeddruk. „En hoe hoger de bloeddruk, hoe groter de schade aan hart en bloedvaten. Al is zout zelf ook slecht voor weefsels.”

Aan zoutinname kun je eigenlijk zelf maar weinig doen, denkt Sijpkens. „Het meeste zout krijg je binnen door bereid voedsel. Niet alleen industriële maaltijden, maar denk aan kaas. Of aan brood, er zit erg veel zout in brood.” En van dergelijke zaken is weinig zoutarm te verkrijgen, omdat er geen vraag naar is of zou zijn: mensen lusten het niet of willen het niet, omdat ze denken het niet te zullen lusten.

„Maar dat is een kwestie van wennen”, zegt Sijpkens. „Smaakpapillen worden om de paar maanden vervangen. Als de zouttoevoeging geleidelijk aan teruggaat, went iedereen eraan.”

En het kan, want in Groot-Brittannië, Frankrijk en België is het al lang gebeurd; Nederland loopt achter. „We moeten iets doen. Op dit moment lijdt een kwart van de Nederlanders aan hoge bloeddruk. We moeten vroeg beginnen met preventie.”

Bij de kindertjes dus, ik begrijp het. Heeft het zin om ze mineraalzout te geven, waarin minder natrium zit? Ik kan Sijpkens bijna zijn hoofd horen schudden, door de telefoon. „Daar zit ook zout in”, zegt hij. „Het is beter om niets toe te voegen en proberen via de leefstijl iets te doen. Sporten, groente eten, minderen met industrieel voedsel.”

Sporten? Groente eten? Ik zie toch meer heil in het terugdringen van industrieel zout. En zelf minder gebruiken, anders: mineraalspul, want alle kleine beetjes helpen, en dan valt er ook nog wat te proeven.

Ver zoeken hoef ik niet. De buurtsuper heeft ‘bewust’ van Jozo, dat 70 procent minder belooft, en bij de Appie Happie staat Losalt in het schap, dat slechts 66 procent minder natrium heeft maar 15 cent goedkoper is.

Beiden smaken bekend, zout maar ook iets anders. Het duurt even, dan dringt het door: gezond zout smaakt naar drop! Dat moet het kleinste Thijssentje proeven. Bij thuiskomst uit school staan er drie eenvormige bakjes op tafel met de gezondere zouten en het gewone.

Zout dat naar drop smaakt? Het is geen verrassing: hij prefereert het bekende. Hij weet niet wat goed voor hem is.

Hopen dat ze snel vervangen worden, die papillen.

mailIcon print |