Het betaald voetbal is eigenlijk een vorm van georganiseerde hoop. Natuurlijk, er horen mooie verhalen bij over de sportieve voorbeeldfunctie, over de recreatieve waarde en over de economische betekenis van het voetbal. Maar het mentale effect is veel belangrijker. Hele groepen identificeren zich met hun club. Soms zoveel dat een assistent-scheidsrechter er in Doetinchem van ondersteboven raakte. Voetbal is hopen op een overwinning, op goed spel, op een plek in de ranglijst. Week na week, maand na maand, wordt massaal gehoopt dat het nu eindelijk gaat lukken. De werkelijkheid is dat het in veel gevallen níet lukt. Het effect van die teleurstelling schijnt zo sterk te zijn dat partijen als PVV en TON minder aantrekkelijk zijn als het Nederlands voetbal in de lift zit.
Om de grote teleurstelling of een zee van witte zakdoekjes te voorkomen hebben clubs een heel repertoire ontwikkeld om de illusie van de hoop in stand te houden. Een nieuwe trainer, een voetbalschool elders, desnoods een nieuw bestuur of een fusie. Het volk wacht smachtend op hét resultaat. Gek: opeens moet ik aan de premier en het Irak-onderzoek denken.
Harry Slegh Utrecht
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.