*

 

Een stijve glimlach

Wim Boevink − 05/02/09, 00:00

Er zijn soms dingen in je leven, die zijn zo vanzelfsprekend dat je er nooit bij stil hebt gestaan dat ze door iemand bedacht zijn. Totdat de bedenker overlijdt.

Deze week overleed, 79 jaar oud, de bedenker van Playmobil, Hans Beck. Om hem te eren werpen we een blik op de bestanden die we in de loop der jaren aanschaften en die we aan hem te danken hebben. Een moderne villa, een fort, een circus, een kinderboerderij, een piratenschip, twee brandweerauto’s, een vakantiehuis en een dolfinarium. Maar het belangrijkste is natuurlijk de bevolking.

Ik vond een deel ervan vanochtend op elkaar gestapeld in een plastic beker op de badrand – overgebleven na een badsessie gisteren. Onder de slachtoffers herkende ik de circusdirecteur, een bebaarde yankee soldaat en een piraat in een gestreepte broek die een brede riem droeg met een holster zonder sabel.

Ze glimlachten alle drie.

Die glimlach is het wezenskenmerk van de 7,5 centimeter hoge Playmobilfiguur, die verder zonder neus door het leven moet, maar wel zijn hoofd kan draaien en zijn armen bewegen kan, net als zijn polsen. Daarnaast heeft hij een keus tussen zitten of staan, hij kan zelfs zijn haar afzetten, maar al die opties kunnen niet verhelen dat de Playmobilfiguur een weliswaar glimlachende, maar stijve en wat saaie kompaan is. Ik heb nog in de grote mand gezocht naar een figuur zonder glimlach, maar zelfs als je de helm van de zwartste roofridder openklapt word je met diezelfde onbekommerde blik aangekeken als die waarmee de circusdirecteur of de dierenverzorger uitgerust zijn.

Beck begon met zijn figuren in 1974, in dienst van de firma Geobra Brandstütter in Zirndorf in Beieren, de plaats waar ze nog steeds worden gemaakt. Er leven inmiddels wereldwijd 2,2 miljard van die glimlachende medeburgers, uitgedost als indiaan, piraat, ridder of romein, of als bouwvakker, acrobaat, brandweer- of politieman. Terecht dus dat in de Duitse pers veel aandacht is voor het verscheiden van Beck. Daar komt men tot fraaie beschouwingen over ’het antropocentrische keerpunt in de kinderkamer’, want na een speelgoedtijdperk van onbemande voertuigen en raketten stond niet langer de techniek centraal, maar het multifunctionele mensje. Zoals Beck zei: „Vanuit de figuur ontwikkelen we de hele wereld.” En die wereld was heel, nieuw en opgeruimd. Kijk op een willekeurige Playmobildoos en zie hoe ordelijk alles is, de dingen kennen hun plaats, er is geen vuil, geen ouderdom, geen slijtage. Niemand sterft. De vriendelijkheid regeert met straffe hand.

Weggestopt in de kluis van de firma, las ik, bevindt zich een figuurtje, geboeid en met een pleister over de mond. Het is een gevangen bankdirecteur, behorend bij de nooit op de markt gebrachte set ’Bankoverval’. Waarschijnlijk is die ontworpen door medewerkers die de vriendelijkheid niet meer uithielden. Twee miljard stijve glimlachjes, dat is ook wel wat veel.

mailIcon print |