*

 

Verhalen uit Bagdad

Judit Neurink − 08/02/09, 13:55

weblog ,,Iedereen is nog op z’n hoede’’, vertelt Ahmed over zijn eerste terugkeer in jaren naar Bagdad. ,,En de stad is zo smerig, vol vuilnis. Maar iedereen vindt het schoon, want er liggen geen lijken meer.’’

  • Foto van een kleine mark in Bagdad (AFP)

Voorzichtig gaan Arabische vrienden in Irbil terug naar hun woonplaats Bagdad. Om te proeven hoe de sfeer is, hoe gevaarlijk, of veilig, het is. Ik gebruik Ahmeds beschrijving, omdat die aangeeft wat de terugkeerders aantreffen. Hij woonde een groot deel van zijn jeugd in de Iraakse hoofdstad, tot hij in Amman ging studeren. Zijn ouders ontvluchtten de stad drie jaar geleden. Ahmed (28) had zijn geboortestad vijf jaar niet gezien.

De meeste indruk maakte zijn stiekeme terugkeer naar zijn lagere school, langs weggetjes die hij zich niet meer dacht te herinneren, in een wijk waar hij vanwege de religieuze kleur eigenlijk niet moet komen. ,,Het is nu een hosseinije’’, vertelt hij zichtbaar teleurgesteld. De plek waar hij goede herinneringen aan heeft is nu een sjiitisch gebedshuis. Niet dat hij iets tegen sjiieten heeft – hij is kind in een gemengd huwelijk. Maar kinderen krijgen het geloof van de vader, dus is hij soennitsch. Daarom is ook het oude woonhuis, dat in een wijk ligt die vrijwel geheel sjiitisch is geworden, verkocht. Daar kon het gezin niet meer wonen.

Er zijn nog steeds wijken waar je liever niet komt, maar Ahmed voelde zich niet onveilig in zijn oude stad. ,,Ik heb er beter geslapen dan hier.’’ Veel van de hoge muren die de Amerikanen rond riskante wijken zetten, zijn verdwenen. Wel zijn er nog steeds controleposten bij de ingang van de wijken, maar de bewakers kennen de bewoners nu persoonlijk en kunnen op basis van die informatie bezoekers toelaten. En die bewakers zijn bij het leger of de politie, of bij de Salwa, de ‘zonen van Irak’. Deze soennitische burgerwacht heeft een grote rol gespeeld in het terugbrengen van de rust door extremistische moslims (aanhangers van Al-Kaida) te verjagen.

Milities die de stad zo onveilig maakten, zijn uit het straatbeeld verdwenen. Geen zwarthemden van de Mahdi-militie meer, geen Omar-brigade of andere extremistische groepen. ,,De Bagdadi’s accepteerden ze niet meer.’’ Geen zwervende controleposten meer van bendes of milities. Desondanks blijven de burgers op hun hoede. ,,Iedereen kijkt nog wantrouwend om zich heen. Toen ik op straat benzine kocht, kwam mijn vriend lang en parkeerde de zijn auto voor de mijne. De benzineverkoper was doodsbang, die dacht dat het een bomauto was.’’

Het wantrouwen richt zich nu steeds meer tegen de Amerikanen. Bij controleposten die door hen worden bemand, zit de angst er goed in. Het verhaal heeft zich rondverteld – of het klopt of niet kan ik niet controleren – dat de Amerikanen soms explosieven aanbrengen in de auto die ze controleren. Sommige auto’s zouden daardoor plotseling tot ontploffing zijn gekomen. ,,Iedereen stopt na zo’n checkpoint om z’n auto te controloren. Soms staan er wel tien auto’s langs de weg om in de achterbak te kijken.’’

De stad is vol met auto’s, en mede door de controleposten zijn er veel files. Ahmed is ook opgevallen dat er relatief veel dure auto’s rondrijden; sommige mensen hebben verdiend aan de onrust. Een opvallend verschijnsel zijn de nieuwe minibusjes die een soort openbaar vervoer op gang hebben gebracht in de miljoenenstad. Gekocht met geld dat verdiend is aan ontvoeringen, is het verhaal, toen de vroegere ontvoerders hadden ingezien dat ze andere inkomstenbronnen moesten zoeken.

Nouveau riche vormen een verhaal apart in Bagdad. In een club aan de Tigris die vroeger bekend stond om zijn strenge toelatingsbeleid, trof Ahmed iemand die beleefd werd aangesproken als seyed (afstammeling van de profeet), die in tegenstelling met die meestal sjiitische aanspreektitel nogal met zijn rijkdom pronkte. Niet alleen met zijn eigen sierraden, maar ook met de met veel goud behangen jonge vrouw die hem vergezelde (die hij semi-achteloos voorstelde als ‘mijn snol’).

Ahmed kijkt overwegend positief terug op zijn bezoek. Hij is op veel plaatsen geweest, heeft oude vrienden teruggezien, en vindt dat het veel beter gaat. Maar echt teruggaan, dat zit er voorlopig niet in. Daarover is die rust veel te breekbaar, denk hij. ,,Dat duurt nog wel twee jaar, voor de situatie zover is dat ik daar weer wil wonen. Misschien.’’

mailIcon print |