*

 

Een alliantie die de patiënt weinig keus laat

Wybo Algra − 10/01/09, 00:00

Een zorgverzekeraar als mede-eigenaar van een ziekenhuis bedreigt de delicate verhouding tussen patiënt, ziekenhuis en verzekeraar. Want vindt die verzekeraar het straks écht prima als zijn verzekerden voor een ander ziekenhuis kiezen?

De felste criticus van plannen van zorgverzekeraar DSW om zich in te kopen in het Schiedamse Vlietland Ziekenhuis was deze week, opvallend, een liberaal. VVD-Kamerlid Edith Schippers beschouwt dit voor Nederland unieke plan klaarblijkelijk niet als een mooi staaltje van marktwerking. Zij denkt dat de vrije markt er juist door gefrustreerd wordt. Om een voorbeeld te noemen: wat als iemand in dezelfde regio een beter en goedkoper ziekenhuis wil neerzetten? Zal DSW zo’n nieuw ziekenhuis dan echt geen strobreed in de weg leggen? Vindt de verzekeraar het werkelijk geen enkel probleem als klanten – ook eigen verzekerden – naar de concurrent stappen?

DSW zelf zegt de keuzevrijheid van patiënten niet eens aan te kunnen tasten, als de verzekeraar dat al zou willen: die keuzevrijheid is wettelijk verankerd. Klopt, maar het is ook de bedoeling dat verzekeraars selectiever te werk gaan bij het afsluiten van contracten met ziekenhuizen en andere zorgaanbieders. Te duur of niet goed genoeg – dan geen contract.

Met die contracteervrijheid hebben verzekeraars een instrument in handen waarmee ze ziekenhuizen het leven behoorlijk zuur kunnen maken. Doel hiervan is betere zorg tegen een redelijke prijs. Maar wordt een verzekeraar mede-eigenaar van een ziekenhuis, dan kan een ander motief een rol gaan spelen: de vrees om klanten van het eigen ziekenhuis prijs te geven aan de concurrent. In het eigen ziekenhuis ontstaat de merkwaardige situatie dat de verzekeraar min of meer met zichzelf onderhandelt over prijs en kwaliteit van de behandelingen. De patiënt moet er maar op vertrouwen dat een verzekeraar met dit ziekenhuis in zee gaat vanwege de goede zorg, en niet alleen omdat het nu toevallig zijn eigen ziekenhuis is.

De Nederlandse Patiënten- en Consumentenfederatie (NPCF) is vreemd genoeg laaiend enthousiast: de patiëntenclub noemt het Schiedamse plan een geschenk uit de hemel. Naast de verzekeraar stappen ook een paar verzorgingshuizen, huisartsen, medisch specialisten en ziekenhuispersoneel in de corporatie die eigenaar wordt van de ziekenhuis-bv. Al die partijen moeten in zo’n coalitie veel beter dan nu kunnen samenwerken, denkt de NPCF.

Dat is op zichzelf misschien wel waar. Maar marktwerking in de zorg berust op een onderhandelingsspel tussen drie partijen: patiënten, zorgaanbieders en verzekeraars. Voor patiëntenorganisaties is het al lastig genoeg om zich in dat systeem van macht en tegenmacht te manifesteren. Wat als twee van die drie partijen, de aanbieders en de financiers, straks welbeschouwd één groot machtsblok vormen?

De ervaringen in de Verenigde Staten, waar dergelijke allianties tussen ziekenhuizen en verzekeraars schering en inslag zijn, zijn weinig hoopgevend. Voor patiënten valt daar bar weinig te kiezen: hij gaat waar de verzekeraar hem wil hebben.

Natuurlijk zitten er ook voordelen aan het Schiedamse overnameplan. Het Vlietland Ziekenhuis, dat vanwege nieuwbouw met financiële problemen kampt, krijgt door de overeenkomst direct 18,5 miljoen euro op zijn rekening bijgeschreven. En verzekeraar DSW gaat niet als enige de lakens uitdelen in het ziekenhuis. In de brede coalitie met zorgverleners krijgt de verzekeraar een belang van 40 procent.

Dat is een minderheidsbelang, maar wel het grootste in deze corporatie. En: DSW kan een trend zetten, want meer ziekenhuizen zijn naarstig op zoek naar vers kapitaal. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen vindt een zorgcorporatie naar Schiedams model verkieslijker dan kil kapitaal van particuliere investeerders. Maar staat de verzekeraar misschien niet iets te dicht aan het ziekenhuisbed?

Volksgezondheidsminister Klink, die lijkt te wikken en wegen over verdere marktwerking in de ziekenhuiszorg, zal deze vraag moeten beantwoorden.

mailIcon print |