Het is niet altijd eenvoudig om kinderen te krijgen als je zelf geadopteerd bent. Dit probleem staat vandaag centraal op een themadag voor volwassen geadopteerden.
De kleine Arvid steekt trots drie vingers in de lucht: „Kijk maar, zoveel jaar ben ik!” Een betekenisvolle leeftijd, zegt zijn vader Rien van der Meulen (41). Want precies zo oud was hij zelf, toen zijn Zuid-Koreaanse moeder hem afstond ter adoptie.
Van de jaren voordat hij bij zijn Friese adoptieouders arriveerde, herinnert hij zich niets, vertelt Van der Meulen. Maar nu vult zijn vrolijke, beweeglijke zoontje die blanco bladzijde: „Misschien was ik vroeger ook zó. Arvid is voor mij een spiegel, een herinnering aan mezelf.”
Van der Meulen is een van de circa 25.000 Nederlandse volwassenen die als kind vanuit het buitenland geadopteerd werden. Zij hebben inmiddels zelf gezinnen gesticht, of ze worstelen met de vraag: Wil ik wel vader of moeder worden?
Voor geadopteerden is kinderen krijgen een gevoelige kwestie, zegt Hilbrand Westra van de United Adoptees International (UAI), een vereniging van volwassen geadopteerden. „Want kinderen confronteren je met je eigen afkomst, met je ouders die je hebben afgestaan.”
Wat die confrontatie teweeg kan brengen, zal vandaag blijken op de allereerste themadag die de United Adoptees International in Utrecht organiseert rond ouderschap en adoptie. Het wordt spannend, denkt Westra: „We begeven ons op onontgonnen terrein.” Er is nog nooit onderzoek gedaan naar hoe geadopteerden hun vader- of moederrol uitoefenen of beleven, zegt adoptiehoogleraar Femmie Juffer.
„Wij zijn pioniers”, zegt ook Eva Zuidema (37), die net als Van der Meulen vandaag aan de themadag deelneemt. „Wat voor ons speelt, gaan de geadopteerde kinderen van nu straks ook meemaken.” De ervaringen van haar generatiegenoten lopen zeer uiteen, maar Zuidema denkt dat er één gemene deler is: „Wie vader of moeder wordt, wordt vaak geconfronteerd met die oude, kinderlijke pijn van het verlaten worden.”
Zelf heeft Zuidema, die op 4,5 jarige leeftijd vanuit Zuid-Korea naar Nederland kwam, geen kinderen: „Ik ken mijn nieuwe liefde pas acht weken.” Maar een kinderwens heeft ze wel, en ook een angst: „Ik denk wel eens: straks kan ik het óók niet, moeder zijn.”
Die angst is geworteld in haar eigen adoptiegeschiedenis: Zuidema’s biologische moeder verliet het gezin, haar vader bracht haar vervolgens naar een kindertehuis in Seoul. „Ik herinner me dat mijn vader zei: ’Ik kom je weer halen’. Ik heb hem nooit meer gezien.”
Afgelopen zomer was Zuidema voor het eerst in 33 jaar weer in Zuid-Korea, waar ze ontdekte dat haar vader was overleden. Terug in Nederland werd ze ’s nachts huilend wakker: „In mijn halfslaap realiseerde ik me: hij komt me dus écht nooit meer ophalen.” Onbewust had ze altijd ’op een dubbel spoor’ gezeten, zegt Zuidema: „Ik dacht altijd dat ik terug zou gaan naar Korea, waardoor ik nooit helemaal heb kunnen wortelen. Nu weet ik dat ik thuishoor in twee families en culturen.”
Voor volwassen geadopteerden is dit de realiteit, zegt Zuidema: „Ouders gaan weg, ouders gaan dood.” Hierdoor heeft ze zelf lang getwijfeld of ze wel aan haar kinderwens gehoor moest geven: „Ik vraag me af: kan ik voor een kind wel genoeg blijven? Kan ik wel goed voor hem zorgen?”
Van der Meulen heeft er nooit aan getwijfeld dat hij een goede vader zou zijn. Hij typeert zichzelf weliswaar als afstandelijk en rationeel en ook als ’niet zo goed in relaties’: „Dat ik afstand houd, komt door de adoptie, door de onthechting en het verlies van vertrouwen als kind. Het is een wonder dat ik ooit een relatie met Elma heb gekregen.”
Maar zijn band met Arvid voelde hecht vanaf het allereerste moment, zegt Van der Meulen: „Hij is de enige met wie ik een echte verbinding ben aangegaan.” Dat komt, denkt hij, door de bloedband: „Wat voor jou heel gewoon is, een nestgeur, dat heb ik altijd gemist. Bloed is heel sterk, merk ik nu. Alleen al het feit dat je bloed deelt, is genoeg om bij elkaar te blijven.”
Toch werd ook Van der Meulen onlangs geconfronteerd met wat Zuidema ’oude pijn’ noemt. Die kwam naar boven toen zijn vriendin Elma van Geest (37) een aantal maanden geleden aankondigde dat ze bij hem weg wilde gaan. Dat had, zeggen de twee nu, veel te maken met Van der Meulens onvermogen om zich werkelijk met zijn partner te verbinden.
Nu is een dreigende scheiding altijd dramatisch, maar voor Van der Meulen was de donderwolk door zijn adoptieverleden extra zwart gekleurd. „Ik dacht: het kán niet dat Elma weggaat. Het kán niet dat mijn zoon, uitgerekend op dezelfde leeftijd als ik, met een verlies wordt geconfronteerd.” Want scheiding is ’een stuk onthechting’, net als afgestaan worden, zegt Van der Meulen – en die onthechting wilde hij zijn zoon nu juist besparen.
Het mogelijke vertrek van zijn vriendin leek een streep te zetten door zijn voornemen om een topvader voor Arvid te zijn. Maar gelukkig kwamen de geliefden elkaar nader en is er weer ’een opening’, zegt Van der Meulens vriendin: „Onze relatie heeft een nieuw begin.”
Een nieuw begin, maar dan anders, ligt misschien ook voor Zuidema en haar vriend in het verschiet. Ze giechelt bij de gedachte aan een kind, met iemand die ze nog maar zo kort kent. En de aan haar adoptie gerelateerde twijfels zijn nog niet weg: „Maar zoals het nu voelt, zou ik het wel heel graag willen met deze man.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.