*

 

’Succes van 98 procent is nog niet genoeg’

George Marlet − 09/01/09, 00:00

Nederland zit in de kopgroep van Navo-landen die in Afghanistan strijden tegen geïmproviseerde bommen. Defensie doet er nog een schep bovenop.

De meeste militairen kunnen er alleen maar van dromen of over mijmeren: een budget van tientallen miljoenen euro’s en ook nog eens min of meer de vrije hand om waar dan ook binnen de krijgsmacht opdrachten te geven. Voor kolonel Joland Dubbeldam en zijn medewerkers is het dagelijkse werkelijkheid. Defensie geeft absolute voorrang aan maatregelen tegen geïmproviseerde explosieven, dus kan Dubbeldams taakgroep uit de voeten.

„Als we een opdracht geven, moet die gisteren klaar zijn’’, zegt Dubbeldam glimlachend. De Joint Task Force Counter-Improvised Explosive Devices is nu – vanuit Nederland – een jaar bezig met de strijd tegen knutselbommen in de Afghaanse provincie Uruzgan. Antiwesterse strijdgroepen gaan het directe gevecht met Navo-troepen uit de weg en proberen toe te slaan met geïmproviseerde bommen en zelfmoordaanslagen. In Uruzgan zijn daardoor sinds het begin van de missie in april 2006 acht Nederlandse militairen om het leven gekomen, de laatste vlak voor Kerstmis.

Berichten over aanslagen zijn voor Dubbeldam „een extra motivatie om nog harder en sneller zaken te doen; ik zet het om in positieve energie’’. Over concrete resultaten wil de commandant vanwege de veiligheid niet uitweiden. „Het overgrote merendeel van de bommen wordt tijdig ontdekt en onschadelijk gemaakt. Het gevaar helemaal uitbannen kun je nooit. We kunnen dus nooit tevreden zijn, want ook een score van 98 procent succes is niet genoeg.’’

Tegen de geïmproviseerde radiografisch gestuurde bommen van antiwesterse strijdgroepen worden elektronische stoorzenders ingezet die behoorlijk effectief bleken. Bommen met een drukplaat (pressure plate) zijn lastiger te bestrijden. Qua werking zijn deze bommen te vergelijken met landmijnen: zodra een voertuig of persoon er contact mee maakt, ontploft de bom.

Bomverkenners van de genie gaan vóór konvooien en patrouilles uit om de route op knutselbommen te controleren. Wordt er wat verdachts op of naast de weg gevonden, dan kost het uren om het terrein te onderzoeken. Daar komt binnen enkele maanden verbetering in. Defensie heeft een contract getekend voor de levering van negen Bushmaster-pantservoertuigen met een ’onderzoeksarm’. Dat is een soort grijparm waarmee de genie vanuit de pantserwagen op 8 tot 10 meter afstand verdachte voorwerpen kan loswrikken, opgraven en onderzoeken. De Bushmaster heeft zich al bewezen als robuust voertuig dat de inzittenden beschermt tegen bommen.

Defensie studeert ook op het kopen van zogenoemde pressure plate killers, onbemande terreinwagens die vóór een konvooi of patrouille uit rijden. De wagens worden bewust opgeofferd om de klappen op te vangen. Dubbeldam: „Bekijk het maar als wegwerpartikel. Als de wagen zijn werk heeft gedaan, pakken we gewoon een nieuwe van de plank.’’

De F16-jachtbommenwerpers van de luchtmacht worden uitgerust met camera’s die verkenningsbeelden met hoge resolutie kunnen maken. Met speciaal ontwikkelde software is het mogelijk beelden automatisch te vergelijken op eventuele veranderingen. „Als er ineens twintig gele jerrycans bij een qala (ommuurde hoeve; red.) staan, kan dat een indicatie zijn.’’

mailIcon print |