Eeuwenlang schilderden kunstenaars uit het Indiase dorp Naya taferelen uit oude legendes. Nu zijn ze overgeschakeld op actuele thema’s. Een schitterende rolschildering over elf september en de nasleep ervan bevindt zich in het Tropenmuseum. In het magazijn.
Vooralsnog blijven ze in het magazijn, want ze passen niet in de vitrines. Daarom krijgen bezoekers van het Tropenmuseum in Amsterdam een schitterende rolschildering, die conservator Ben Meulenbeld in India kocht niet te zien.
Het kunstwerk, dat de aanslag op de Twin Towers van 11 september 2001 en de nasleep daarvan laat zien, komt uit het dorp Naya, een paar honderd kilometer westelijk van Calcutta. Het dorp is van oudsher gespecialiseerd in rolschilderingen. De plaatselijke kunstenaars dragen de achternaam Chitrakar, dat schilder betekent.
Vroeger beeldden zij oude verhalen af. Vertellers, vaak de schilders zelf, trokken met de prenten de dorpen langs en zongen of vertelden de oeroude geschiedenissen. Maar ze kregen concurrentie van tv en film. Jongeren hadden genoeg van de oude verhalen. Meulenbeld: „Je kunt ook in Nederland niet meer komen aanzetten met de poppenkast van Jan Klaassen.”
Ongeveer vijfentwintig jaar geleden schakelden de schilders en vertellers over op actuelere onderwerpen. De rolschilderingen werden een nieuwsmedium voor de allerarmste dorpen. Een van de oudste bekende actuele rolschilderingen ging over de moord op de toenmalige premier Indira Gandhi, in 1984.
De rolschildering over Osama Bin Laden en 11 september 2001 is op deze pagina afgebeeld in twee delen, die in werkelijkheid één rol vormen die de verteller langzaam afdraait. Het materiaal is papier, geplakt op katoen. Op de eerste prent lijkt Bin Laden op een goeroe, die een moeilijke yogahouding heeft aangenomen. Maar waarschijnlijk is hij gewoon op een alledaagse, oosterse wijze op de grond zittend afgebeeld. Dit in tegenstelling tot president Bush, die onderaan het eerste deel wat ongelukkig op een stoel zit. De vliegtuigen hebben de wentelwieken van een helikopter en een wieltje.
De gebeurtenissen zijn chronologisch afgebeeld. Eerst spreekt Bin Laden met opgestoken vinger zijn volgelingen toe. De tweede prent laat een vliegtuig zien, met de neus in de vorm van het hoofd en de baard van Bin Laden. Op tekening drie boort zo’n vliegtuig zich in een gebouw dat de Twin Towers moet voorstellen. Daarna is het de beurt aan George Bush, die zijn militairen instrueert.
Op prent vijf bombarderen Amerikaanse vliegtuigen Afghanistan. Ook zij hebben die wentelwieken en dat wieltje. Meulenbeld: „Het publiek moet in één oogopslag begrijpen dat het vliegtuigen zijn.” Prent zes behandelt de episode waarin de Amerikanen het bergachtige gebied Tora Bora bestookten. Er waren toen geruchten over een stelsel van grotten en gangen, waarin Bin Laden en de zijnen zich zouden hebben verborgen. Later zijn daarover twijfels gerezen, maar die waren nog niet bekend bij de maker van de rolschildering.
Op de tekening bombardeert een Amerikaans vliegtuig het complex. De mannen in bruine uniformen zijn Amerikanen, de strijders in jurk zijn van Bin Laden. Zij hebben zich in het binnenste van de berg verschanst. Onder hen vallen slachtoffers. Bin Laden houdt een afscheidstoespraak en vlucht op zijn rijdier.
Ook andere schilders uit het dorp Naya hebben zich op het onderwerp 11 september gestort. Het thema Bin Laden ligt voor de hand, want ook India zelf is het toneel van zware terreur, nu eens van de hindoemeerderheid, dan weer van de moslimminderheid, zoals begin december in Bombay. Andere rolschilderingen over Bin Laden hangen in het Victoria and Albert Museum in Londen.
Opvallend is het ontbreken van enig islamitisch symbool. Geen halve maan, geen Allahoe akbar. Het is een objectief verslag, zonder propaganda. De meeste schilders van Naya zijn moslims. Dat blijkt overigens niet uit hun repertoire, dat ook hindoe-onderwerpen en seculiere thema’s bevat. Hun voorouders waren vaak hindoes, die moslim werden om te ontkomen aan de ongelijkheid van het kastenstelsel. De islam belijdt althans in theorie fundamentele gelijkheid, wat door de eeuwen heen die godsdienst tot een aantrekkelijk alternatief maakte voor hindoes uit lagere kasten. De schilders vormen wel nog steeds een aparte gemeenschap, met veel interne huwelijken.
Meulenbeld kocht verder nog een rolschildering van de tsunamivloed van december 2004. Ook die ligt in het magazijn. Hij denkt niet dat de actuele thema’s de rolschilderingen zullen redden. „Er is een nieuwe fase aangebroken, waarin de schilders voor de kunstmarkt produceren. Maar of dat uitkomst zal brengen, valt te betwijfelen. Veel kinderen van schilders worden liever taxichauffeur in Calcutta.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.