*

 

'Totdat ze ophouden met hun raketten'

Inez Polak, Tel Aviv − 09/01/09, 19:41

De resolutie van de Veiligheidsraad voor een staakt-het-vuren is bij de meeste Israëliërs slecht gevallen, juist ook bij de mensen die in de vuurlinie liggen.

„Hebben die lui van de Veiligheidsraad soms acht jaar onder die raketaanvallen geleden”, reageert een inwoner van Sderot op de radio op de resolutie het vuren te staken. „Laat ze dan maar hier komen wonen.” Hij krijgt bijval van een plaatsgenoot die slechts één advies heeft voor het Israëlische leger: „Doorgaan, net zo lang tot Hamas is uitgeschakeld en er geen raket meer wordt afgevuurd.”

In Asjkelon, twintig kilometer ten noorden van Gaza, geeft ook Ja’akov geen zier om welke resolutie ook. Hij en zijn vrouw wonen op de op een na hoogste verdieping van een flatgebouw, met schitterende uitzicht over de omgeving. In oorlogstijd is die locatie minder geslaagd. Tientallen raketten zijn er in Asjkelon neergekomen. Bij een, vlakbij, werd een man gedood. „Bij elk alarm rennen we naar het trapportaal en dan nog een verdieping lager”, vertelt Ja’akov. „Want zo’n raket kan inslaan en door de bovenste verdieping heen dringen.” Hij werkt bij het elektriciteitsbedrijf en is extra druk met het herstellen van kabels. „Zo af en toe is het onderweg, als het alarm afgaat, uit de auto springen, de greppel induiken, in de modder, de handen over het hoofd, tot de boem klinkt, en dan nog voor de zekerheid een halve minuut wachten. Dat zijn de instructies.” Een vrouw in Asjdod hebben diezelfde instructies het leven gekost. Zij hoorde de sirene, zette haar auto aan de kant, vluchtte naar een bushokje en werd daar geraakt.

Ja’akovs vrouw Galia geeft toe dat ze bang is. „Ik ben nauwelijks de deur uit geweest.” Ze is de enige niet, Asjkelon ziet er uit als een spookstad. Maar weg wil ze niet. „Ik ben lerares en wil mijn leerlingen niet in de steek laten, al zijn de scholen dicht. We hebben op internet een forum opgezet, waar ze kwijt kunnen wat ze meemaken.” Deze week organiseerde ze een tochtje met een paar klassen, om er even uit te zijn. Naar het noorden. „We waren nog niet in Safed of we hoorden dat ook in noorden Katjoesjaraketten waren gevallen.”

Haar moeder woont vlakbij, in een klein huisje met een voorbeeldig verzorgde tuin. „Die wil helemaal niet weg”, vertelt Galia. „Die denkt dat ze de oorlog vanuit haar huis moet voeren. Maar bij haar zijn de muren van bordkarton.” Gisteren heeft Galia haar dan toch overtuigd dit weekeinde in een pensionnetje bij te komen. „Ze wist dat als zij niet ging, ik ook niet zou gaan.”

Ja’akov vindt dat Israël de strijd voort moeten zetten „tot ze ophouden met hun raketten. Hamas heeft Gaza omgebouwd tot een wapendepot met ondergrondse opslagplaatsen. Ik ben ervan overtuigd dat ook daar mensen in vrede willen leven.”

In Beersjeba, veertig kilometer van Gaza, regende het gisteren opnieuw raketten. De eerste was om vijf uur vanochtend vertelt Sjoelamit Noot. „Ik zeg dan tegen mijn man, ’kom we gaan de kast weer in’. We hebben zo’n inloopkast onder de trap. Het doet je toch wat. Elke keer als je die sirenes hoort, doet het weer denken aan de oorlog. Maar we hebben besloten dat we blijven. Onze zoon is opgeroepen, ook al is hij 47, hij dient als verpleger. We kunnen naar onze dochter in Petach Tikwa, alleen hoe lang kan je daar blijven? We wandelen elke dag. We hebben wel ons traject aangepast, zodat we in de buurt van huizen zijn en een portiek in kunnen duiken.” Sjoelamiet Noot beseft dat het leed aan deze kant niet te vergelijken is met dat van burgers aan de andere kant. Tegelijkertijd vreest ze dat die raketten niet zullen ophouden. „Maar we gaan niet weg, we leven hier.”

mailIcon print |