Met haar integratienota gaat de PvdA voorbij aan de multiculturele realiteit. ’De natie’ is het enige wat telt.
De PvdA wil voortaan culturele misstanden benoemen en keihard aanpakken, zo staat het in ’Verdeeld verleden, gedeelde toekomst’, haar nieuwste integratienota. Het moet maar eens afgelopen zijn met die vermaledijde tolerantie, veel te lang is er ’weggekeken’.
Mooi voornemen. Want na alle duizenden bommen die internationaal gedoogd op Gaza neerdreunen en kinderen en moeders bij bosjes uiteenscheuren (zie bijvoorbeeld liveleak.com), denk je ’Hoera! Eindelijk gaat de PvdA na 60 jaar wegkijken Israël diskwalificeren.’
Foutje. Stoppen met wegkijken geldt slechts binnen de landsgrenzen. Hiermee is de PvdA niet alleen internationaal neoconservatief, ook binnenlands heeft men de fortuynistische rechterflank ontdekt.
Zo verklaarde voorzitter Lilianne Ploumen in de Volkskrant (23 december): „De fout die we nooit meer mogen maken, is het inslikken van kritiek op culturen of religies omwille van de tolerantie.” In welke kringen heb ik zulks eerder gehoord?
De nota zelf begint met een opsomming van misstanden. „Migranten en hun kinderen vallen vaker uit op school dan oorspronkelijke Nederlanders, ze zijn vaker werkloos, afhankelijk van een uitkering en slachtoffer van geweld achter de voordeur. Sommige groepen zijn vaker betrokken bij criminaliteit en overlast.”
Zeker, reële misstanden. Maar nog reëler is het gevaar dat een cultureel perspectief al gauw als excuus werkt voor een racistisch discours daar waar geen andere verklaring geboden wordt dan het enkelvoudige feit dat hier sprake is van mensen uit een andere cultuur.
Want ja, de partij verzuimt volledig de misstanden in de juiste, economisch-historische context te plaatsen. Zal ik het maar doen?
Begin jaren zestig werden door het Nederlandse bedrijfsleven massaal laaggeschoolde arbeiders uit Turkije en Marokko gerekruteerd. Ze hoefden niet te integreren, liever niet zelfs. Vanwege de recessie eind jaren zeventig werden diezelfde ’gastarbeiders’ keurig geloosd in de bijstand, waarna de WAO – eerst onder Paars, daarna onder Balkenden I en II – solide is uitgekleed. Ondertussen transformeerde Nederland zich tot een neoliberale kenniseconomie waarin niet langer plaats is voor laagopgeleide arbeidskrachten. Zo werd een complete generatie migranten eerst binnengehaald, daarna als onbruikbaar materaal aan de kant geschoven – en nu zouden dezelfde migranten schuld dragen voor het gebrek aan participatie en integratie?
De ooit sociaal-democratische PvdA heeft gebroken met de stapels onderzoeksrapporten uit binnen- en buitenland die glashelder verklaren waarom bewoners uit achterstandwijken en laagopgeleiden helaas structureel oververtegenwoordigd zijn in criminaliteitscijfers. En dat, het zal Ploumen verbazen, etniciteit of religie niet of hoogstens een zeer afgeleide rol daarin speelt.
Extra precair is de grote nadruk die de nota legt op ’natie’, ’de nationale cultuur’ en ’geschiedenis’ als dragers van een ’samenbindende identiteit’. Dit betoog past prima binnen het beschavingsoffensief waarin steeds minder plek is voor de multiculturele realiteit. Het gaat niet meer over universele waarden en mensenrechten, maar over culturen en nationale waarden in een wij-zij-constellatie. Hier spreekt Paul Scheffer, of liever, diens helden: Samuel Huntington en Alain Finkielkraut.
„Ons Nederland is een vitale rechtstaat waar mensen in vrijheid leven en waar iedere Nederlander een volwaardig burger kan zijn”, aldus de nota. Waaraan fijntjes wordt toegevoegd dat dit laatste alleen lukt „mits hij/zij volwaardig burger wil zijn”. Blijkbaar zit dáár het probleem, nooit bij ’ons Nederland’.
De dubbelhartigheid van Ploumen wordt het best zichtbaar als zij spreekt over het Nederlanderschap. „Loyaliteit heeft voor mij niets met nationaliteit te maken.” Direct gevolgd door: „Om Nederlander te worden moet je je oude nationaliteit in principe opgeven.” Maar: als loyaliteit niets van doen heeft met nationaliteit, waarom dan je nationaliteit (in principe) opgeven? Heeft deze spagaat misschien te maken met een Marokkaanse burgemeester en een Turkse staatssecretaris?
Klap op de vuurpijl is de boerka. Zelf heb ik er nog nooit een in het echt gezien, waarschijnlijk omdat het aantal op één hand te tellen is. De norm op school is allang duidelijk: docenten en leerlingen moeten zichtbaar zijn – dus ook geen bivakmuts of zonnebril. Toch meent de PvdA een apart hoofdstuk aan de boerka te moeten wijden. „De boerka staat de emancipatie van vrouwen in de weg. Daarom willen wij met iedereen in de samenleving, liefst en allereerst met de boerka-draagsters zelf, het debat hierover voeren, op televisie en in de krant.”
Het staat het er echt: De PvdA wil op televisie debatteren met die paar boerka-draagsters. Ik kijk er reikhalzend naar uit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.