*

 

Wat eet je bij een beenbreuk?

Jeroen Thijssen − 10/01/09, 00:00

Stel: je suist in je eentje op ski’s de Matterhorn af. Dan moet je goed zijn voorbereid wil je voedsel kunnen bereiden.

Talloze vrienden vallen weer van bergen, met ski’s aan hun voeten. Dat wekt al jaren mijn bezorgdheid: krijgen ze daar wel voldoende te eten? Onder sneeuw wil weinig groeien en jagen is ook niet gemakkelijk. Aan de andere kant: biedt al die sneeuw niet geheel nieuwe, culinaire kansen?

Misschien staat dat wel in het onlangs verschenen boek met de titel Snow Food. Het is geschreven door Vanja van der Leeden en Monique Pawirosemito, en zij claimen ’Het eerste wintersportkookboek ter wereld’ te hebben gemaakt. Dat belooft wat. Raden zij houtvuur aan of een primus? Wat eet je bij een beenbreuk? Wat zijn de voordelen van eten op een ski-helling?

Dat staat niet in dit boek. Het grootste probleem dat de schrijfsters met wintersport tegenkomen is ’de armzalige keuken’, voorzien van ’een lekkende koelkast en een Fisher-Price oven’.

Een keuken in het bos? Het lijkt erop dat ’wintersport’ bij de dames vooral ’skiĆ«n in toeristische gebieden’ betekent. Elfstedenrijders hebben er niet veel aan, eenzame langlaufers in Zweden ook niet. Hoe je een vuurtje moet maken staat er niet in, en de praktische informatie die de schrijfsters wel vermelden is ook niet altijd even praktisch. Neem de soep voor ’onderweg’. Die moet gepureerd, maar hoe doe je dat in de auto? Met een staafmixer op accustroom? En als je het thuis doet, hoe krijg je die soep dan warm?

Maar goed, de recepten zijn aardig, vooral door de mengeling van oud-Nederlandse gerechten met de wereldkeuken, die goed te maken zijn. Een beetje hip is het allemaal wel, en nogal woordspelerig. ’Billetjes in het gras’, een gerecht van snij- en witte bonen, heet hier ’billetjes in de sneeuw’. Ook de titel is een woordgrapje dat de lading niet dekt: ’Vakantiehuisjes Food’ was toepasselijker geweest, maar dat bekt natuurlijk niet.

Toch, je zult maar zo iemand zijn, in je eentje op de ski’s de Matterhorn af – wat moet je dan bij je hebben om te kunnen blijven eten?

Wat iedere kok in de eerste plaats nodig heeft is vuur, en niet alleen in de winter. Van een reportage over survival cooking herinner ik me een trainer met een speciale gadget om vuur maken: een staaf magnesium met vonkmetaal. Verder nodig: een mes om snippers magnesium af te snijden en vonken te slaan op het metaal. De staaf brandt niet, de snippers wel; geen idee hoe dat kan.

De dure buitensportwinkel in de stad is net door zijn voorraad heen, de dump verderop heeft ze wel. Voor euro12,50 geraak ik in het bezit van een lichte staaf metaal, iets als aluminium. Er zit een donkere rand langs, dat is de vonkstaaf. Blij als een padvinder keer ik door de besneeuwde wereld terug naar huis: nu kan ik koken in de wildernis.

De volgende morgen verzamel ik droog hout, uit de schuur, een zakmes en wat restjes raffia. Dat heeft de trainer indertijd ook verteld: touw vat gemakkelijker vlam dan dorre bladeren. Raffia moet nog beter werken. Met een druipneus en koude vingers ga ik vrolijk aan de slag. Hoe moeilijk kan het zijn?

Daar denk ik na een half uur heel anders over. Wel snijdt het mes magnesium als ware het boter, ook vonkt datzelfde mes dat het een lust is, zelfs ben ik er tweemaal in geslaagd de magnesium-schilfers tot ontbranding te brengen – daarmee houdt het op. Het moet aan de raffia liggen.

Maar nee, na een tiental pogingen met gerafeld touw geef ik het op. Touw brandt net zo moeilijk als raffia.

Ik weet wat iedere wandelaar, wintersporter en anderszins zwerver altijd bij zich moet hebben: een aanmaakblokje van de barbecue en een doosje lucifers. Een aansteker mag ook.

mailIcon print |