Hoe leuk is de leukste winkelstraat van Nederland bij -5? Gisteren werd – via een internetverkiezing – de Kleine Houtstraat in Haarlem uitverkoren, maar toen ik hem betrad, aan het eind van de ochtend, was hij ijzig en leeg. Ik keek het straatje in, zag een flauw bochtje in de weg – altijd goed. Zo’n bochtje belooft nog iets. Smal is de Kleine Houtstraat, maar niet te smal, er mag gefietst worden en stoepen ontbreken. Niet helemaal ontspannen: ik zou binnen een uur vier keer door fietsers opzij gebeld worden. De bebouwing bestaat aan weerszijden uit kleine, oude panden van hooguit drie verdiepingen, sommigen met trap- of klokgevels.
Het mocht er dan ijzig en leeg zijn, achter het eerste raam dat ik zag, dat van de nagel- en pedicurestudio van An en Hy, zat een Aziatische man de ferme kuit van een Hollandse dame te kneden en dat had, aan haar gezicht te zien, haar volle instemming.
Het predikaat ’leukste winkelstraatvan Nederland’ (de St. Jacobsstraat in Leeuwarden eindigde op de tweede plaats) gold klaarblijkelijk niet de hele Kleine Houtstraat, want die valt in een noordelijk en een zuidelijk deel uiteen – gescheiden door de Gedempte Oude Gracht waardoorheen de bussen van de Zuidtangent rijden. Bekroond is het noordelijk deel, dat nog bij het oude stadscentrum hoort. In het zuidelijk deel is enig verval opgetreden, zowel in de bebouwing als in het aanbod, met twee seksshops en een snackbar. De wereld oogde rauwer hier.
Heel anders het noorden. Dat begon al bij bakkerij en theesalon ’In den gevulde broodmand’ die lonkte met de knusheid van een brandende houtkachel en roze verlichting tot in de wc. Ernaast een kledingreparatiewinkeltje, met een nijvere vrouw achter een naaimachine, ertegenover een outdoor winkel voor ski, camping en trekking, die via handgeschreven affiches liet weten dat er nog volop schaatsen waren.
’Leuk’, zo begon me te dagen, is gelijk aan ’knus’ en ’klein’, als het om winkelstraten gaat. En de grote ketens ontbraken. Dit stukje Kleine Houtstraat was het domein van kleine zelfstandigen, ook de vestiging van Kinky Kappers had een persoonlijke inrichting gekregen, met – zoals in deze formule gebruikelijk – slecht geknipte kapsters aan de scharen.
Ik stapte een schoenendoos binnen, het schoenwinkeltje van Van de Linden, dat nog heel klassiek, was ingericht met alleen schoenendozen langs de wanden. In het midden stond verstijfd een mevrouw met een vuurrood hoofd en een nog rodere neus, die door de verkoopster niet geholpen kon worden omdat ze na haar fietstocht zo door de kou was benomen dat ze eerst moest ontdooien. Knus.
Maar nog knusser was het lampenkappenwinkeltje van Hennie Lasschuit. De enige in Nederland die nog ambachtelijk lampenkappen vervaardigde, van pure zij of Engelse quilt. Ja, veel knusser kon het niet, buiten de vrieskou, binnen de warme schemer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.