*

 

Roze leguaan was voor Darwin raadsel geweest

redactie wetenschap − 07/01/09, 00:00

Afzichtelijke beesten, dom en lui, zei Darwin erover. „Maar goed te eten, naar het schijnt.” Charles viel niet op leguanen. Eén opmerkelijke exemplaar zag hij nooit: de roze leguaan, die alleen leeft aan de voet van de Volcán Wolf, de hoge vulkaan op het Galapagoseiland Isabela. In 1986 dook rosada al even op, nu is het zeldzame dier onderzocht.

Hij zou een mysterie zijn geweest voor Darwin. DNA-studies tonen aan dat ie al 5,7 miljoen jaar geleden is afgesplitst van de voorloper waar de twee bekende leguanen van de Galapagos uit ontstonden. 5,7 miljoen jaar? Toen waren de eilanden amper in de maak. Hoe kan de roze leguaan in die tijd dan al zijn eigen weg zijn gegaan? Mogelijk, speculeren de biologen, kwam hij geïsoleerd te zitten op een vulkaan die toen nog boven maar nu onder water ligt. Vandaar ging het later naar Volcán Wolf.

Het hormoon oxytocine wekt niet alleen de bevalling op, het is ook een sociaal hulpmiddel van jewelste. Het had al de naam ’knuffelhormoon’, omdat we ons onder invloed van dit goedje gemakkelijker aan anderen binden. Zoogdieren worden er minder bang door. En een experiment uit 2005 leerde dat wij na een neusspray met oxytocine minder wantrouwig worden en de medemens guller bedelen.

Het doet nog meer, het helpt vertrouwde gezichten beter te herkennen. Proefpersonen kregen na een neusspray met oxytocine of een placebo foto’s te zien van mensen en levenloze objecten, zoals huizen en landschappen. De volgende dag werden ze overhoord. De oxytocine-spray bleek selectief effect te hebben: op zielloze zaken had het hormoon geen invloed, maar het versterkte de herkenning van gezichten. Mét oxytocine hielden proefpersonen vertrouwde en nieuwe gezichten ook beter uit elkaar.

Dat de aarde geen ruimtegordels draagt: het suist als bolletje in het zonnestelsel mee in de algehele draaiing van de Melkweg, en met een snelheid van een miljoen kilometer per uur. Daarmee gaan we 160 duizend kilometer per uur harder dan astronomen dachten. Je moet zulke kosmische snelheden wel in perspectief zien: het komt erop neer dat we sinds de eerste dino’s hier rondliepen, 185 miljoen jaar terug, één rondje om het middelpunt van de Melkweg hebben gemaakt en weer zijn waar we waren.

Met behulp van geavanceerde telescopen brengen astronomen de Melkweg opnieuw in kaart, met iets ’directere’ metingen. Op basis daarvan kwamen ze voor de snelheid van ons zonnestelsel, dat op 28 duizend lichtjaar van het centrum van de Melkweg ligt, uit op ruim een miljoen kilometer per uur. Die nieuwe metingen vertellen ook dat de massa van de Melkweg de helft groter is dan voorheen was becijferd. Grotere massa, grotere zwaartekracht, dat komt ons eerder op botsingen te staan. Ooit, op een astronomisch overmorgen.

mailIcon print |