„Verdeeld in talrijke hersenachtig gedraaide lobben”, lees ik in een oude paddestoelengids over de gele trilzwam. Eigele hersenlobben, dat wel. Glibberig en gelatineus. Gele trilzwammen groeien op dood loofhout, soms ook op levend, zoals op de foto. Niet lang zal hij nog leven, die boom. Een berk is het. Gele trilzwammen houden van loofhout, vooral beuken en eiken.
Ze zijn het hele jaar te zien, al is de late herfst hun favoriete periode. De foto is op Eerste Kerstdag genomen, vroeg in de winter dus. Vlak voor ik de gele trilzwam vond, kreeg ik een briefje van C. Speelman uit Eibergen, met twee foto’s van een gele trilzwam en de vraag welke zwam er op die foto’s stond.
Als ik met de zwam in aanraking kwam, trilde hij als rillerig weefsel. Slijmerig maar taai. De trilzwam verdroeg toen guur winterweer, maar zal sindsdien gevriesdroogd zijn. Hij groeide in het bos achter het klooster van Ter Apel en in Ter Apel is het de laatste tijd heel koud geweest. Glibberig en gelatineus zal het taaislijm zeker niet meer zijn. Ook zal het eigeel verduisterd zijn tot oranjebruin.
De zwamvlok van de gele trilzwam is beter tegen strenge vorst bestand dan de zwam. Het loofhout is doorregen met de schimmeldraden van dat mycelium. Die verteren het hout langzaam maar onverbiddelijk, weer of geen weer. De laatste weken zorgden die zwamvlokken voor ijsveren, zie het natuurdagboek van gisteren. Zwammen, wonderlijke wezens zijn het.
De trilzwam redt zich wel. Maar vogels krijgen het zwaar. Hun drinkwater is hard. Sneeuw happen is er niet bij. Zet u een drinkbakje neer?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.