*

 

Hard werken voor de kunst

Henny de Lange − 07/01/09, 00:00

Ook voor kunstenaars breken door de kredietcrisis zware tijden aan. Zeker voor de categorie die wel kan bestaan van de schilderkunst, maar nog geen grote naamsbekendheid heeft opgebouwd. Annemiki Bok gaat huisparty’s organiseren om haar schilderijen onder de aandacht te brengen.

Ze liep met haar schilderijen de plaatselijke middenstand en bibliotheek af en was al blij als ze haar werk een paar weken mocht presenteren in de etalages van winkeliers. ’Helemaal onder aan de ladder’ is beeldend kunstenaar Annemiki Bok begonnen. Naar eigen zeggen is ze behoorlijk zakelijk ingesteld, wat nogal ongewoon is voor een kunstenaar. Maar haar commerciĆ«le instinct en doorzettingsvermogen hebben effect gehad. Niet alleen kan ze al jaren leven van haar schilderijen, terwijl ze als gescheiden vrouw ook nog de zorg had voor een dochter.

Langzamerhand neemt ook haar naamsbekendheid toe. Ze exposeert regelmatig in galerieĆ«n in binnen- en buitenland. En dit jaar krijgt ze een solotentoonstelling bij Sotheby’s in Amsterdam. Maar alleen maar afhankelijk zijn van de interesse van galeriehouders – die vaak de helft van de opbrengst van de verkoop vragen – schiet ook niet op, is haar ervaring. Daarom organiseert ze sinds enkele jaren in de voormalige rooms-katholieke kerk van Espel in de Noordoostpolder waar ze woont en werkt, open atelierdagen. Daarmee genereert ze ook weer belangstelling voor haar werk en heel belangrijk: mond-tot-mondreclame.

En zo dijde de groep mensen die haar werk kent en waardeert, in de loop der jaren gestaag uit. Met de huidige kredietcrisis was het zaak weer iets nieuws te verzinnen om haar nering draaiende te houden. Ze gaat nu ook met haar doeken naar de mensen toe, als ze daar prijs op stellen. En die mogen hun familie, vrienden en kennissen ook uitnodigen voor deze kunstparty’s-aan-huis.

Annemiki Bok (55) is geen beroemde kunstenaar, maar ze is ervan overtuigd dat ze zich nog steeds verder kan ontwikkelen. „Als mijn werk niets voorstelde, hadden ze me echt niet gevraagd bij Sotheby’s.”

Max Hemelraad van het Amsterdamse veilinghuis zegt desgevraagd geen persoonlijk oordeel te willen uitspreken over de kwaliteit van de schilderkunst van Bok. „Ik weet ook niet of ik daarvoor de aangewezen persoon ben. Mijn expertise ligt op het gebied van meubelen en porselein. Maar ik vind haar werk wel erg aantrekkelijk, met name door het intense kleurgebruik. Wij denken dat we veel mensen een plezier doen met een expositie van haar schilderijen.” Het veilinghuis biedt dit platform sinds enkele jaren aan kunstenaars die nog niet zo bekend zijn.

Annemiki Bok werkt vrijwel uitsluitend met het paletmes, niet alleen om de verf op te brengen maar ook om die er af te schrapen zodat de onderlagen weer zichtbaar worden. Haar werk beweegt zich op de grens van figuratief en abstract. Haar grootste kracht zijn haar kleuren: die gloeien op het doek of spatten er vanaf. „Ik ben geen Mark Rothko, maar ik kan heel veel met kleuren.” Onder haar bewonderaars bevindt zich onder meer Jaap de Hoop Scheffer, secretaris-generaal van de Navo. Hij opende haar laatste expositie in Brussel.

In het werk van Bok komen vaak krachtige vrouwenfiguren voor. Ze wisselt ze bewust af met bloemstillevens en landschappen. „Ik moet er niet aan denken alleen maar vrouwenfiguren te schilderen, omdat die zo goed verkopen. Ik wil verder.”

Dat ze al zover gekomen is, heeft ze niet alleen te danken aan haar talent, dat ze ontwikkelde op de Rietveldacademie en Rijksacademie voor beeldende kunst in Amsterdam. „Je moet er ook heel hard voor werken en over een flinke portie doorzettingsvermogen beschikken. Bij de open atelierdagen sprak ik een vrouw die ook schilderde. Dat leek haar wel wat, zei ze, wat ik deed. Dat je kon leven van je schilderkunst. O ja, zei ik, en heb je dan je schilderijen al eens naar de bibliotheek gebracht of gevraagd of ze in het ziekenhuis mogen hangen?”

Haar jaren in Portugal hebben haar gevormd. Na haar scheiding moest ze zelf een bestaan opbouwen. „Het liefst wilde ik kunstenaar zijn, maar dat gaat niet vanzelf. Ik ben begonnen met het beschilderen van vazen en shirtjes voor toeristen. Daarnaast had ik mezelf een half jaar gegeven om een voorraad schilderijen te maken, die ik vervolgens zou proberen te verkopen in de toeristenhotels. Mijn eerste schilderijen heb ik allemaal weggegooid, tot ik tevreden was. Elke dag zat ik trouw in een hotel met al mijn schilderijen en na drie weken had ik twee derde verkocht. Zo ben ik begonnen.”

Vijftien jaar geleden keerde ze terug naar Nederland om weer in de Noordoostpolder te gaan wonen, waar ze opgroeide op een boerderij. „Mijn ouders waren echte pioniers in de polder en die mentaliteit is mezelf ook goed van pas gekomen in het leven.”

In Nederland hield ze hetzelfde ritme aan als in Portugal. Ze geeft zichzelf steeds een half jaar de tijd om te schilderen. Daarna neemt ze een paar weken vrij om haar werk te verkopen en op vakantie te gaan. En daarna weer een half jaar schilderen. Heel planmatig en gedisciplineerd gaat ze te werk, dat heeft ze geleerd van een oud-directeur van de Bijenkorf, die ze leerde kennen in Portugal. „Hij heeft me ook bijgebracht om altijd eerst mijn opdrachten af te maken, voordat ik me op mijn vrije werk richt. En ook niet te laat naar bed gaan en gezond leven.” Ze moet er zelf om lachen als ze het vertelt. Dat klinkt behoorlijk zakelijk voor een kunstenaar, maar het is voor haar wel de manier gebleken om er een bestaan mee op te bouwen. En nu de kredietcrisis zien te overleven? „Het laatste wat je nu moet doen is je prijzen verhogen. Ik moet gewoon heel mooie schilderijen blijven maken en er nog meer aan doen om die onder de aandacht te brengen.”

mailIcon print |