*

 

Bangmakerij rond derdehands roken werkt averechts

Joep Engels − 09/01/09, 00:00

En weer zitten de rokers in de beklaagdenbank. Staan ze al schuldbewust op hun balkonnetje of in hun achtertuin hun verslaving te genieten, nu mogen ze van Amerikaanse onderzoekers na hun paffertje niet zo maar naar binnen. Eerst haren wassen en schone kleren aan, anders vergiftigen ze hun huisgenoten alsnog met hun kwalijke dampen.

Derdehands roken is de wat kromme vertaling voor dit tot nu toe onbekende gezondheidsrisico –meeroken wordt in de VS tweedehands genoemd. In het vakblad Pediatrics schrijft de Amerikaanse kinderarts Jonathan Winickoff dat sigarettenrook maar liefst 250 giftige stoffen bevat die allemaal aan de roker kunnen blijven kleven en een gevaar voor zijn omgeving vormen. Intuïtief weet iedereen wel dat die lucht niet fris is, zei Winickoff tegen de New York Times. „Het is de lucht die je ruikt als je met een roker in de lift staat. Je neus liegt niet. Het spul is zo giftig dat je brein uitroept: Wegwezen hier!”

Hoe giftig precies, dat heeft Winickoff niet onderzocht. Hij heeft alleen maar aan 1500 huishoudens gevraagd wat hun rookbeleid is. Zijn er rokers in huis? Mogen die binnen roken? Kennen ze het risico van het derdehands roken?

Hoewel niemand van deze indirecte vorm van meeroken had gehoord, geloofde een meerderheid wel dat het schadelijk was voor kinderen. Maar niemand deed daar iets mee. Veel mensen rookten in ruimtes waar ook kinderen kwamen, ook al was dat op een ander tijdstip. Reden voor Winickoff om alarm te slaan. „Iedereen moet zich bewust worden van dit gevaar.”

Maar dan ziet hij een grondregel van de toxicologie over het hoofd: de dosis bepaalt de giftigheid. Het is waar dat sigarettenrook giftige stoffen bevat en het klopt ook dat die stoffen achterblijven als de rook is verdwenen. Maar of die stoffen een gevaar voor de gezondheid vormen, hangt af van de hoeveelheid die mensen binnen krijgen. Of daarbij kritische grenzen worden overschreden, is de vraag. „Voor zover ik weet, is dat nooit aangetoond”, zegt Bert Brunekreef, hoogleraar milieu-epidemiologie aan de Universiteit Utrecht.

Winickoff verwijst alleen naar een studie uit 2004 waaruit bleek dat de lucht in huizen van rokers die zeiden niet binnen te roken, meer nicotine bevatte dan in huizen van niet-rokers. Maar dat zegt Brunekreef niet zo veel. „De vervuiling kwam overeen met die in huizen uit een Europese studie waarin maximaal vijf sigaretten per dag werden gerookt. Je weet het niet zeker, maar in het zeer repressieve Amerika, zeker als het gaat om roken ’waar de kleine bij is’, is een leugentje om bestwil snel geboren.”

Meeroken is schadelijk, benadrukt de hoogleraar. Wie met een roker samenwoont of -werkt, heeft 30 procent meer kans op longkanker of hartvaatziektes. Maar of er een restrisico is als de dampen zijn opgetrokken, heeft niet zijn grootste zorg. „Laten we hier maar eerst serieus werk maken van het rookbeleid in cafés. Daar is zeker gezondheidswinst te boeken.”

Intussen blijft het kwalijk dat Winickoff c.s. iedereen de stuipen op het lijf jaagt met zijn loze onderzoek. En ook dat allerlei media zijn alarmkreten klakkeloos overnemen. Overdrijving doet het rookbeleid geen goed. „Weet je wat vierdehands rook is?” reageerde een lezer. „De lucht van schroeiend mensenvlees als ik mijn peuk in Winickoffs arm heb uitgedrukt.”

mailIcon print |